
Vanmorgen heb ik een vertrouwelijk gesprek bij mij aan huis. Dat doe ik al jaren zo, ook al in mijn Antoniustijd, later de inspectie en nu ook hier. Dat bevalt mij en mijn gesprekspartners goed. De sfeer is meestal meer ontspannen en het kan echt vertrouwelijk blijven.
Eind van de ochtend vertrekken mijn echtgenote en ik naar Zeeland voor een werkbezoek aan Hans Simons en zijn partner Mariette Koops. Hans is voorzitter van het Oosterschelde Ziekenhuis, Mariette is actief in de verslavingszorg. Om een uur of drie arriveren we in het Oosterschelde ziekenhuis in Goes (mijn geboorteplaats, weten maar weinigen) samen met het Zweedse Rode Kruisziekenhuis in Zierikzee aangeduid als Oosterschelde Ziekenhuizen. Hans haalt ons op uit de hal en op weg naar zijn kamer komen we langs de kamer van Annelies Liem, arts, getrouwd met mijn collega cardioloog en anti-cholesterol goeroe Anho Liem, die praktijk houdt in Goes. Annelies is vertrouwenspersoon en klachtenfunctionaris van het ziekenhuis, een functie van niet te onderschatten belang in onze tijd. Op de kamer van Hans drinken we een kopje thee en eten een Zeeuwse bolus. Typische naam voor een goed smakende versnapering na een lange reis. Daarna maken we een rondgang door het ziekenhuis en gaan dan op weg naar het Zweedse Rode Kruis Ziekenhuis in Zierikzee. Dat heeft zo'n beetje de functie van ons ziekenhuis in Oldenzaal, dus locatie voor een buitenpoli, dagbehandeling en short-stayfaciliteit en er is een ambitie hier dedicated clinics te vestigen voor bijvoorbeeld oogheelkunde. Probleem is wel, vinden patiënten en artsen, de afstanden en dus reistijden, die zijn hier in Zeeland aanzienlijk. In de hal hangen de portretten van het koninklijk paar uit het Zweden van 1953, koning Gustaaf en zijn vrouw. Zweden schonk dit ziekenhuis na de watersnood van '53 ter vervanging van het verdronken ziekenhuis in de Gouwe.
We toeren door het weidse 'lege' Zeeuwse land terug naar Vlissingen waar we even de boulevard aandoen met het standbeeld van de 400 jaar geleden geboren zeeheld, het mag weer gezegd worden, Michiel Adriaanszn de Ruyter. Op het scheiden van de markt zien we in het ziekenhuis Walcheren nog wat faciliteiten, waaronder het radiotherapeutisch Instituut, dat Zeeland en delen van West-Brabant bedient. Er is een ambitie om tot één ziekenhuisorganisatie te komen in Zeeland benoorden de Westerschelde, maar daarvoor moet er nog wel wat water door de Schelde stromen. Ondertussen wisselen we onze ervaringen uit als ziekenhuisbestuurders, beiden werkend in duidelijk sociaal cultureel gemarkeerde regio's, die Zeeland en Twente beide zijn. We zetten ons gesprek voort aan het diner dat we geserveerd krijgen op weer zo'n typisch oer- Zeeuwse plek, de afvaart van het vroegere veer over de Oosterschelde van Katseveer op Zuid Beveland naar Annapolder op Noord Beveland. Het gelijknamige restaurant Katseveer, een aanrader, serveert ons een uitstekend bereide zeetong. Onderwijl passeert de Nederlandse gezondheidszorg de revue, met ook een blik terug op de snel veranderende rol van de verpleegkundige, begonnen in de jaren '70. Hans en ik stonden in '93-'94 zo'n beetje tegenover elkaar, hij als staatssecretaris op VWS, of was het toen nog WVC, ik als wat journalisten later onterecht zouden aanduiden als warlord van de specialisten. Het kan verkeren. Over één ding zijn we het in elk geval eens: de zorg zal nooit een echte markt worden. We worstelen beiden met de beperkingen, die de mededingingswetgeving ons oplegt in regio's, die goed af zouden zijn met een samenhangende organisatie van de zorg, onder een soort Health Authority, zoals in Engeland, maar dan zonder de nadelen van de NHS (National Health Service). Om half tien gaan we de baan op, terug naar het midden des lands.
J. Herre Kingma
|