
De agenda biedt vandaag behalve de standaard routine weinig bijzonders, totdat ik vanmiddag gebeld wordt in de auto op weg naar Den Haag door Stefan Heydendaal van VPRO's ARGOS. Hij vraagt me deel te nemen aan een debatje in ARGOS morgen op Radio 1 met een CDA kamerlid, NPCF directeur Iris van Bennekom en mij als directeur van een ziekenhuis. Er is ook sprake van deelname van iemand van het NVZ bestuur. Onderwerp de bezuinigingen, de tegenvallende resultaten van fusies volgens het rapport van Roland Berger, die schrijft dat met name kleine en middelgrote ziekenhuizen het goed doen. Dat stelt de grote fusies van de afgelopen jaren ter discussie.
Ik regel me vrij om morgen in Hengelo in de studio mijn bijdrage te kunnen leveren, maar om half zes wordt ik gebeld dat men toch iemand uit NVZ kring kan krijgen en daar de voorkeur aan geeft. Het is iemand uit de kleine ziekenhuizen. Gemiste kans om de problematiek van de topklinische ziekenhuizen weer eens voor het voetlicht te brengen. Morgen maar eens luisteren hoe de waarheid wordt opgediend. Onze club, de Samenwerkende Topklinische ziekenhuizen STZ ontbreekt zeer tot mijn spijt te vaak op het toneel van de media. Dat zet ons echt op achterstand en dat is schadelijk, vooral voor de patiënt die complexe zorg behoeft, die kleine ziekenhuizen eenvoudigweg niet kúnnen leveren. Het toedelen van een eerste plaats aan een klein streekziekenhuis in Dokkum, zoals Elsevier recent deed in haar jaarlijkse overzicht, mag juist zijn uit oogpunt van reputatie, service enz, maar een beoordeling naar type ingrepen en behandelingen zou logischer zijn.
Rond zeven uur arriveren we in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, waar het ingenieursbureau Royal Haskoning een galadiner aanbiedt aan zijn relaties. Mijn verwachting weinig bekenden te zullen aantreffen, komt niet uit. Ik zie oa Jan Willem Oosterwijk, oud SG Economische Zaken, recent benoemd als voorzitter Erasmus Universiteit. Het is goed als topambtenaren met hun ervaring in de rijksdienst opgedaan, buiten de ministeries aan de slag gaan, maar omgekeerd zou dat ook best wat meer mogen gebeuren. Zelf heb ik dat gedaan door een (tijdelijke) overstap van ziekenhuis naar overheid en weer terug, al is dat dan niet terug in de spreekkamer maar ben ik in de bestuurskamer beland. We zitten aan tafel met een aantal ondernemers. Wat me steeds weer opvalt, is hun over het algemeen opgeruimde, proactieve blik op de wereld om hen heen. Minder dan werkers in bijv. de gezondheidszorg gaan ze gebukt onder het gevoel tegen grote weerstanden te moeten inwerken, die ongetwijfeld in hun wereld evenzeer bestaan als in de onze in de gezondheidszorg. Een sentiment dat toch vaak overheerst in mijn omgeving als ziekenhuis bestuurder. Daar is misschien ook wel reden toe, maar somberheid en zeker cynisme helpt de wereld, ook de onze niet vooruit. Ook wij zullen moeten ondernemen waar de opportunities zijn.
J. Herre Kingma
|