
De RvB staat nogmaals stil bij de kaderbrief, die een uitvoerige redactieslag heeft ondergaan. We besluiten gedetailleerde getallen pas te vermelden nadat de task force eind augustus zijn werk heeft gedaan.
Vanmiddag praten Bert Vos en ik met Marijke van Hees en Gé Klein Wolterink van IZIT. Ook Jemy Pauwels (Oost NV), die het cluster Gezondheid & Technologie van het Innovatie Platform Twente (IPT), dat ik aanvoer, ondersteunt is aanwezig. We onderschrijven het belang van IZIT, maar uiteindelijk telt ook hier alleen het resultaat. Ik begrijp dat Haagse kringen mijn uitspraken in het Financieel Dagblad dat het nog wel tot 2009 zou kunnen duren tot het electronisch patiënten dossier (EPD) er zou zijn, niet zo konden waarderen. Een zelfde verhaal hield ik in 2005 ook al, toen ik eraan twijfelde of het EPD er zou zijn in 2006, quod non! Belangrijker is dat wij ons er wel voor zullen inzetten om het EPD te bespoedigen. De her- en doorstart van IZIT na het ATOS-rapport vorig jaar is daarin van groot belang voor de realisatie van met name het transmurale EPD in Twente. Zelf investeren we dit jaar en de komende jaren fors in ICT in ons ziekenhuis. Vraag is meer of de gebruikers, met name de nieuwe, de ontwikkelingen snel genoeg zullen kunnen volgen om voldoende profijt van onze investeringen te trekken.
Om drie uur vergaderen we voor het eerst met de ROAZ, het regionaal overleg acute zorg. We hebben een tafel vol partners, die samen de keten vormen in de spoedeisende zorg in onze regio. Die keten begint op straat of thuis, waar het trauma of de spoedeisende hulpvraag ontstaat, tot en met het ontslag van de IC na een eventuele operatie of ingreep. Het gaat dan over alle spoedeisende condities. Dus naast trauma's ook hartinfarct, herseninfarct of -bloeding, acute psychiatrische condities enzomeer. We spreken af met de diverse (inter)nationale richtlijnen in de hand om de lokale en regionale randvoorwaarden na te lopen en in een locaal protocol vast te leggen. Helaas laat de GGZ het afweten. Ik zal hen voor de volgende vergadering tijdig benaderen, want hun inbreng is essentieel.
Ik spoed mij naar het Studium Generale waar we vandaag alvast toelichting geven op de nog te verschijnen kaderbrief. Ik doe de aftrap, Bert Vos komt met meer concrete zaken en geeft al aan om welke bezuiniging (vijf miljoen), resp. welke herschikkingen (tien miljoen) het gaat. Het uitstel van de aanschaf van de PET/CT is wel een domper voor de meest betrokkenen. Daar zullen we aandacht voor moeten hebben en alternatieven moeten aangeven.
Na de pauze geeft Marc Berg aan waar en hoe je in je RVE kunt inzetten om de gestelde doelen daadwerkelijk te behalen. Daar ben ik niet meer bij, want ik moet optreden voor de carrouselbijeenkomsten van de Twentse innovatieroute, vanavond in het Ondernemershuis, het tehuis van de Kamer van Koophandel. Herman Hazewinkel is bezig zijn inleiding af te ronden als ik binnenkom. Ik probeer daarna weer te geven waar de kansen liggen voor ondernemers, met name MKB, om bij te dragen aan innovatie in de zorg. Het is lang niet makkelijk om die niches te vinden. Die mogelijkheden liggen niet zozeer in het ontwikkelen van nieuwe technologie voor de high tech afdelingen van het ziekenhuis, maar veeleer in het technisch faciliteren van thuis- en verpleeghuiszorg. Een heel mooi voorbeeld is en blijft het 'hoog-laag'- bed, toe te passen in combinatie met het eigen bed thuis, waardoor patiënten veel eerder thuis verpleegbaar worden. Te denken valt ook aan het installeren van optimale communicatieverbindingen met beeld en geluid, waardoor telemedicine en -verpleging mogelijk wordt. Ik noem dat plaats en tijd onafhankelijke zorg. Een heel ander chapiter is niet de technische innovatie, maar de procesinnovatie. Hoe zorgen we dat de keten sluit en de zorg efficiënt en patiëntgericht wordt geleverd. Ik waarschuw ook in deze kring op het enorme tekort aan handen aan het bed en elders dat de komende decennia zal ontstaan. Alleen al daarom is het nodig slim te innoveren, gericht op het makkelijker maken van zorg en het zo lang mogelijk in stand houden van de onafhankelijkheid van de patiënt. Denk aan handzame tilliftjes, die niet alleen de mobiliteit van de patiënt vergroten, maar er ook voor zorgen dat dat niet ten koste gaat van de rug van de verzorgende.
Na afloop drinken we het bekende glas en praat ik o.a. met Twentse makelaars na over de vraag hoe je met slimme woonconcepten in combinatie met de aloude noaberplicht kleine gemeenschapjes van ouderen en ouden zo lang mogelijk zelfstandig kan houden door onderlinge steun en bijstand. Eigenlijk is het al geen aardig idee meer, het zal gewoon moeten bij gebrek aan jonge mensen.
J. Herre Kingma
|