
Vanmorgen ontvang ik weer de nieuwe lichting MST medewerkers, die hun introductie beginnen bij de Raad van Bestuur. Een zeer gemêleerd gezelschap van mensen die het facilitair bedrijf komen versterken tot een aantal verpleegkundigen, waaronder ook een dame uit Engeland. Ik vertel iets over de ontwikkeling van ons ziekenhuis, de nieuwbouw in de vorm van klinische centra, te beginnen met het Vrouw Kind Centrum. En niet te vergeten de organisatieontwikkeling, de inspanning om onze processen doelmatiger te maken om zo onze middelen beter kunnen benutten.
Met Hein Abeln en Anke ter Horst van Twijnstra en Gudde nemen we de marktanalyse door die TG gemaakt heeft obv een enquête in juni/juli. Naast een paar duidelijk zeer positieve ontwikkelingen is er ook veel ruimte voor verbetering, zoals we dat eufemistisch uitdrukken. Er is dus werk aan de winkel van bestuurskamer tot en met afdelingen en poliklinieken. We gaan de uitkomsten betrekken bij de najaarsgesprekken met de resultaatverantwoordelijke eenheden. Hoe blijven we een aantrekkelijk ziekenhuis waar we dat zijn en hoe worden we het waar we dat onvoldoende zijn, zeker waar patiënten voor hun zorg naar elders kijken in Twente en daarbuiten, ook over de grens. Zijn dit nou alleen gevolgen van de stelselwijziging, ik denk het niet. Er is altijd al concurrentie geweest tussen ziekenhuizen en medici op basis van service, bereikbaarheid, roep en resultaat. De keuzevrijheid die de moderne mens voor zich opeist, ook in de zorg, dwingt dit af. Hein vertelt iets over het consortium van ziekenhuizen dat zich rond en in Den Haag aan het vormen is. Die benadering is misschien ook iets voor Twente en Achterhoek en een serieus alternatief voor megafusies. We denken binnen het directeuren overleg in onze regio (TAZDO) al langer na hoe we eigenheid en gezonde competitie kunnen behouden maar tegelijk op een aantal terreinen van hoog complexe en topklinische zorg de krachten kunnen bundelen. Tenslotte passeert ook onze organisatie-ontwikkeling met als focus en condensatiepunt de ontwikkeling van de resultaat verantwoordelijke eenheid (RVE). Om die zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren zijn goeie managementtools en management-informatie nodig. Het huidige organisatiebesluit biedt vooral een goede fit op de kleine en middelgrote RVE. De grote RVE en zeker de configuratie van samenwerkende RVE's binnen een klinisch centrum zoals het thoraxcentrum en het nu te bouwen Vrouw Kind Centrum vragen om een verdere slag in de organisatieontwikkeling. Daarin moeten we verder ontwikkelen en vraag ik ook de visie van Hein cq TG. Wordt vervolgd.
Het overleg Raad van Bestuur - Medisch StafBestuur betreft vooral lopende zaken. Inmiddels is duidelijk dat het MSB moeite heeft met onderdelen van ons organisatiebesluit. MSB zal daar onderling over spreken met de Kernstaf op dinsdag 11 september. Ons overleg vanmiddag wordt daarvoor niet verder benut. Begrijpelijk enerzijds, want het besluit is nu genomen, maar de wijze van uitwerking en invoering kan nog wel wat van de bezwaren verzachten en zelfs elimineren. Daarvoor is dan wel een open dialoog tussen de Raad van Bestuur - MSB - Kernstaf van groot nut en belang. Het gaat om belangen van het hele ziekenhuis, hoezeer die in operationele zin ook berusten bij de medische staf.
Ik spoed mij naar Almelo, waar het overleg plaats vindt tussen de directies en onderwijscoördinatoren van de ziekenhuizen van Deventer, Almelo/Hengelo en MST over de Opleidings-en Onderwijsregio (OOR) noord oost. Wat kunnen we samen ondernemen, ontwikkelen en delen op terrein van onderwijs opleiding en onderzoek? De indeling van Nederland in deze OOR's rond de acht UMC's is geen uitvinding van VWS, maar een zelfgekozen ordening geïnitieerd door de UMC's in antwoord op de nieuwe financiering van opleidingen via het opleidingsfonds op aanwijzing van het recent ingerichte CBOG. We zullen afstemmen voor het volgende OOR overleg in Groningen olv het UMCG, dat zich tot nu toe niet dominant en vooral dienstverlenend en coördinerend opstelt. Waar we het over eens zijn is de ook in ons eerste-OOR overleg gekozen lijn dat ieder OOR zou moeten opleiden voor de eigen regionale opleidingsbehoefte aan artsen en medisch specialisten. Dan staat het OOR NO nog wel op enige afstand. We leiden een achtste van de artsen en specialisten in Nederland op. Dat zou eigenlijk een zesde moeten zijn conform bevolkingsomvang, dat zou een groei van opleidingsplaatsen impliceren van een procent of vier ten koste van de andere OOR’s van Nederland. Dat is niet een makkelijk te lopen race. We staan ook stil bij de opleidingsbehoefte van verpleegkundigen. Daar is een centrale oriëntatie op de UMC's niet zo voor de hand liggend. ROC's en SAXION Hogeschool zijn daarin onze natuurlijke partners.
|