
Medirisk is vandaag en morgen in huis en start zijn audit bij de directie, c.q. bij mij. Medirisk is de verzekeraar van (vermijdbare) medische schade. Morgenmiddag hoor ik hun voorlopige bevindingen.
Om tien uur komt Wilma Maatman mij halen voor een bezoek aan de spoedeisende hulp (SEH) en de behandelpolikliniek. Het is rustig vanmorgen en we beginnen met koffie; ik ontmoet nog drie andere SEH verpleegkundigen. Ik laat me voorlichten over het triageproces en het fenomeen ongelabelde patiënt, d.w.z. komend zonder verwijzing naar een bepaald specialisme. De afhandeling loopt over het algemeen redelijk soepel, maar het komt ook voordat het lang duurt voor duidelijk is door wie de patiënt behandeld gaat worden of wordt opgenomen. Dit onderwerp heeft de volle aandacht van de Raad van Bestuur, want de SEH is één van de visitekaartjes van het ziekenhuis. Na een rondleiding over de SEH word ik 'overgedragen' aan Ellen Lammers, die me de ins en outs van de behandelpoli vertelt. De locaties van de behandelpoli’s bevinden zich deels aan de Haaksbergerstraat en deels op het Ariënsplein zodat de dokters en verpleegkundigen heen en weer pendelen over de brug. Reden daarvan is onder meer dat alleen aan de Haaksbergerstraat, waar zich ook het OK-complex bevindt, algemene anesthesie beschikbaar is. Die centralisatie leidt tot optimale inzet van anesthesiologen, maar soms tot suboptimale inzet van behandelende specialismen. Hier geldt dus het algemene organisatieprincipe dat iedere optimalisatie in de keten elders tot suboptimalisatie kan leiden. Deels is dit oplosbaar als we het ziekenhuis concentreren aan de Haaksbergerstraat hoewel het concept van de vorming van afzonderlijke klinische centra ook tot dit soort suboptimalisaties kan leiden. Hier kan de aanpak door middel van business process redesign helpen om ervoor te zorgen dat de verbetering van het proces van de één niet tot een verslechtering van het proces van de ander leidt. Dit ben ik al een aantal malen tegengekomen in ons ziekenhuis.
Met Milto Christopoulos loop ik de plannen door die we maken voor het management development (MD) programma, gericht op de scholing van de toekomstige medisch en bedrijfskundig managers, dat we aansluitend zullen bespreken met het Medisch Stafbestuur.
Voor de eerste maal vergaderen we met Medisch Stafbestuur en Raad van Bestuur samen als stuurgroep STIPT. STIPT staat voor 'slagvaardig, transparant, innovatief, productief en toegewijd' en is ons cultuur en veranderprogramma gericht op organisatieontwikkeling, business process redesign, nieuwbouw en ICT. Marc Berg van Plexus ondersteunt e.e.a. en houdt een korte inleiding. Michel Galjee, de voorzitter van de medische staf, vat de uitgangspunten van het stafbestuur samen. Overeenstemming over doelen, strategie en aanpak is een vereiste, dat vindt ook de RvB. Eerste prioriteit is het optrekken van een MD programma, waar Milto Christopoulos zich mee bezig zal houden, mede ondersteund door Marc Berg. We staan stil bij de vraag hoe de resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE) vorm te geven. Die hoeven er niet per 'big bang' te komen. Een werkende weg benadering kan ook zeer nuttig zijn als je nog zoekende bent naar de vorm. Er zijn wel een aantal bedrijfsvereisten die het aantal vrijheidsgraden beperkt. Er moet in ieder geval voldoende tijd en aandacht gegeven kunnen worden aan de medewerkers binnen de RVE. Dat betekent dat de span of control niet te groot moet worden. Ik herhaal ook mijn beginsel van de vier RR-en van Paul Schnabel: de RvB geeft - op onderdelen samen met het stafbestuur - richting aan, biedt ruimte voor eigen invulling en vraagt om resultaat en rekenschap. We zullen dit ontwikkelingsproces ook doorlopen met de OR en de Cliëntenraad, maar dan vanuit het perspectief van de medewerkers, resp. onze patiënten / cliënten.
We gebruiken een deel van de middag om de agenda van de RvB af te ronden. We stellen onze visie vast m.b.t. Oldenzaal. Dat zouden we doen voor het eind van dit jaar. Die zullen we eerst voorleggen aan de Raad van Commissarissen, maar ook nog aan de OR, medisch stafbestuur en last but not least de betrokkenen in Oldenzaal zelf.
Om half vijf vertrek ik naar Den Haag, waar ik om een uur of zeven arriveer. Ik ben tot nu toe lid van de Witte gebleven, de meer dan 200 jaar oude sociëteit aan het Plein. Hier wisselen traditie en vernieuwing elkaar in een voortdurend evenwicht van continuïteit en verandering af. Mijn grootvader was ook al lid in het begin van de vorige eeuw en had zijn bedrijf in het noorden. Als dat toen kon, moet dat vandaag zeker kunnen. Mijn medeleden zijn altijd zeer geïnteresseerd in de ontwikkelingen in Twente, die ze van mij uit de eerste hand kunnen vernemen.
|