
Vandaag weer een agenda gevuld met RVE gesprekken. Hoe vindt de RvB de vijftien miljoen Euro, nodig om de Haagse bezuinigingen te compenseren, maar ook nodig om het ziekenhuis in een betere uitgangspositie te krijgen voor wat heet de markt, met prijsdaling door concurrentie bij de zogenaamde B segment DBC’s (planbare verrichtingen, waaronder bijv. staar-, liesbreuk- en heupoperaties, dat het komend jaar wordt uitgebreid van 10 naar 20% van de verrichtingen). Daarbij ligt in het verschiet het nieuwe instrument van de zogenaamde maatstafconcurrentie, dat de komende jaren progressief gaat gelden voor ca 50% van onze DBC’s. Kort gezegd gaan hier gemiddelde prijzen gelden, dus als je boven de maatstaf zit heb je pech, zit je eronder dan zit je goed. Omdat we allemaal graag onder de maatstaf zullen willen komen of blijven, zal dat gemiddelde in een neerwaartse spiraal komen, ergo leiden tot prijsdalingen. Op zich goed, zou je zeggen, echte concurrentie leidt daar ook toe, maar hier dreigt wel het gevaar van uitholling van kwaliteit, waar bovendien de ‘producten’ toch niet helemaal vergelijkbaar zijn. Met name de STZ ziekenhuizen (topklinische opleidingsziekenhuizen) vrezen daar minder goed uit te komen met hun vaak grotere zorgzwaarte, die niet zoals in de UMC’s gecompenseerd wordt door de zogenaamde academische component. Juist die zorgzwaarte is ook het argument van onze eigen RVE’s waarom bezuinigingen lastig uitvoerbaar zijn. Erg makkelijk doorsturen van onze zware pathologie is ook niet aantrekkelijk voor onze patiënten met academische ziekenhuizen in Nijmegen, Groningen en Utrecht op een reisafstand van een uur of twee over wegen die hier en daar door politici smalend worden aangeduid als ‘karrenpaden’. Alleen het UMC Utrecht is via de A1 volledig per snelweg verbonden met Twente, maar die vierbaansweg delen we met een onafzienbare stroom vrachtwagens uit Oost-Europa, die binnen een paar jaar zonder wegverbreding zal leiden tot een verkeersinfarct. Allemaal reden voor MST en onze buurziekenhuizen om zelfverzorgend te blijven of te worden waar we het niet zijn.
We spreken tweemaal met de neurologen vandaag, eerst in het kader van ons ‘rondje maatschappen’, daarna in het kader van ons RVE najaarsgesprek. Een goed gesprek met de groep, die twee vacatures heeft en over een jaar mogelijk een derde. Een kans om eens goed naar de portefeuille te kijken, moeten we nu benutten. De neurologie maakt een beetje de omslag door naar een meer interventie gericht vak, zoals de cardiologie dat heeft meegemaakt in de jaren ‘80 en ‘90. De stroke unit observeert niet alleen meer, maar ook hier is thrombolyse nu een optie bij een deel van de patiënten. We leggen de vraag voor in hoeverre er sprake kan zijn van een keuze in het aanbod van zorg. Dat wordt nu allerwegen geroepen. Niet alles meer willen doen, zei onze Minister President dit voorjaar bij een bezoek aan het Canisius ziekenhuis. We komen nog niet tot een conclusie op dit punt, dat kan ook niet, maar we zullen er niet aan ontkomen om in de toekomst die keuzen wel te gaan maken, met als consequentie een heroriëntatie op concentratie en verdeling van klinische functies in onze regio. Dit punt zal hoe dan ook blijven terugkomen in onze gesprekken met alle clinici de komende tijd.
J. Herre Kingma
|