
Vanmorgen eerst naar Gildehaus vlak over de grens in Duitsland. Hier komen de onderwijs- en zorginstellingen uit Twente en de Achterhoek bijeen voor de tweede Gildehausconferentie. Allen leiden op voor beroepen in de gezondheidszorg. Na de koffie komt het plan op tafel om een 'Twentse Academie voor Gezondheidszorg' op te richten.
Die moet er voor zorgen dat er naast een continuüm van zorg wat we allemaal willen, ook (even noodzakelijk) een professioneel en opleidingscontinuüm ontstaat. MST en Hogeschool SAXION hebben al een voorschot genomen door een project op deze basis in te dienen bij het Innovatieplatform Twente. Bedoeling is langs deze weg de tankgrachten en schotten, die de domeinen in de zorg nog steeds gescheiden houden te overbruggen. De 84-jarige die vandaag een nieuwe aortaklep krijgt is nu topklinische zorg, maar eenmaal thuis over twee weken heeft ze misschien langdurige ondersteuning door de thuiszorg nodig. Hoe verschillend deze typen zorg ook zijn, het gaat wel steeds over dezelfde patiënt.
We lunchen gezamenlijk en ik spoed me daarna naar de Assinkhof in Enschede, waar ik 170 dames en één heer toespreek. Allen zijn vrijwilligers, die een cruciale rol vervullen als gastvrouw en -heer in MST. Wat een fantastische sfeer onder deze mensen die zich belangeloos voor onze patiënt in ons ziekenhuis inzetten.
Om half vier zie ik in MST Wilma Verduin, afdelingshoofd verloskunde en gynaecologie. Ze maakt zich zorgen over de voortgang van het Vrouw en Kind Centrum, nu Sabrina Franken het MST heeft verlaten en vraagt zich af hoe de rol van de aan te stellen kwartiermaker zich verhoudt tot het zittende management, c.q. afdelingshoofden. De kwartiermaker die we zoeken moet de bouw begeleiden en straks de processen inrichten en op gang brengen. Ik beloof dat de afdelingshoofden verloskunde en kindergeneeskunde die al veel tijd hebben gestoken in dit project, hun deel van de klus niet alleen mogen afmaken, maar vanzelfsprekend nauw betrokken zullen worden bij wat met een mond vol heet de draagvlaktoetsingsprocedure. We willen allemaal dat het VKC een succes wordt dat naar meer zal smaken.
Medirisk doet mij vervolgens verslag van zijn bevindingen. Er is op veel plaatsen veel werk verzet om procedures op - en waar nodig bij te stellen. Het is alleen nog niet mogelijk om na te gaan of al die inspanningen ook meetbaar/tastbaar leidt tot grotere veiligheid, c.q. afname van ongewenste uitkomsten van zorg en incidenten. Daar ligt dus nog een grote uitdaging. Eigenlijk is er een opvallende parallel te trekken met mijn waarnemingen vanuit mijn Haagse hoogzit bij het Staatstoezicht. De Kwaliteitswet vraagt vooral naar voorwaarden voor verantwoorde zorg maar vraagt niet naar uitkomsten. Daarom zijn we in 2002 ook met de prestatie-indicatoren begonnen. Dat moeten we in ons ziekenhuis ook doen. Dat betekent niet zoveel mogelijk ingewikkelde zaken meten en procedureel vastleggen, maar -integendeel- je concentreren op meten wat representatief is voor het hele klinische proces. Over vier weken komt Medirisk met zijn definitieve rapportage. Dan rapporteren we ook het huis in, dit was maar een eerste indruk.
Om een uur of vijf probeer ik weg te komen, maar moet nog van alles, waaronder mijn reispapieren krijgen. Zaterdag vliegen we naar Orlando voor het congres van IHI, het Institute of Health Improvement. De baas Donald Berwick (kinderarts) ken ik sinds 2001, toen hij in Nederland een lecture-tour maakte en zijn rapport ‘To err is human’ over patiëntveiligheid toelichtte. Ik hoop over het congres nog wat op dit weblog te kunnen melden volgende week.
Om half acht arriveer ik in huize Molenaar in Utrecht, alwaar het Petrus Camper Instituut (PCI) vergadert en dineert. Het PCI is opgericht toen de Landelijke Specialisten Vereniging in 1996-1997 opging in de Orde van Medisch Specialisten. Petrus Camper was een achttiende-eeuws medisch specialist avant la lettre. Het PCI is onbekend maar streeft ook niet naar grote zichtbaarheid. Het is om het deftig te zeggen de 'chambre de reflection' van de Orde. Die reflectie vindt plaats op onderwerpen als de rol en positie van de medisch specialist in Nederland, maar ook de taakherschikking tussen artsen en verpleegkundigen. Het PCI liet ook een beknopte geschiedenis verschijnen over de wederwaardigheden van de specialisten in de woelige jaren '80 en '90 met als titel ‘de eed en het geld’ van de hand van de historicus Henk Nicolai. Eigenlijk is het een relaas over de mentaliteitsomslag die in die jaren plaats vond. Wij delen aan het diner de visie van di Lampedusa die één van zijn hoofdpersonen laat zeggen: “Wie gelijk wil blijven moet veranderen.”
|