
Het weekrapport brengt niet veel nieuws deze keer. Zaterdag heeft Tubantia aandacht besteed aan de HSMR, de gestandaardiseerde ziekenhuissterfte, Tubantia citeert mijn uitspraak in het Financieel Dagblad in maart, ook gedaan in NOVA op 24 april, dat MST rechts op de curve zit van de HSMR en vergelijkt dat met het Reinier de Graaff ziekenhuis in Delft, dat zegt juist heel laag te scoren op deze indicator van patiëntveiligheid en dus links van het midden op de curve zit. De komende tijd zullen we onze prestaties verder evalueren en bezien waar de grootste kansen op verbeteringen liggen, alles in het kader van onze deelname aan het SAVE programma gericht op het verhogen van efficiency, kwaliteit en veiligheid. Dat gaat hand in hand, weten we uit ervaring en onderzoek. Wel moeten we er rekening mee houden dat Twente als geheel een hogere sterfte lijkt te hebben volgens de cijfers van het RIVM op bijv. terreinen als kanker en hart- en vaatziekten.
Om elf uur bespreken we de evaluatie van twee jaar thoraxcentrum met thoraxchirurg Jan Grandjean, cardioloog Peter Molhoek, cardia-anesthesist Nicobert Wytsma en clustermanager Henny Voss. Er is altijd wat te verbeteren natuurlijk, maar over het geheel ziet het er goed uit en dat is een prestatie voor een centrum dat net is gestart. De conclusies zullen binnenkort ook gepresenteerd worden aan de medewerkers van het thoraxcentrum.
Vandaag lunchen Marianne Lensink en ik met medewerkers van de OK. We praten over de directe gevolgen van onze pogingen, samen met PLEXUS, om via het SAVE programma de kwaliteit en efficiency in MST te verhogen. Dat pakt op de werkvloer niet altijd even prettig uit, zeggen onze medewerkers. Men is bang dat al die aandacht voor efficiency juist ten koste zal gaan van de kwaliteit en veiligheid. Uitkomst van onderzoek, vertellen wij, wijst eerder in omgekeerde richting. Niettemin is er wel een grens aan doelmatigheidsverhoging, zeker, maar MST scoort in de benchmark t.o.v. de rest van Nederland toch mager. Het biedt ons ook kansen om die relatieve achterstandspositie in een voorsprong om te zetten. Wel is het nodig dat er veel beter geluisterd en gecommuniceerd wordt met de medewerkers, zegt men. Dat beamen wij, dat geldt overigens voor meer afdelingen in ons ziekenhuis. Ook denken wij dat de span of control voor veel leidinggevenden, ook op de OK, te groot is. Sommige afdelingshoofden hebben wel 80 medewerkers. Dat verdunt de aandacht voor de medewerkers wel heel fors en kan ten koste gaan van flexibiliteit en leiden tot enige starheid in de organisatie. Met de komende organisatiewijziging moet hierin verandering komen. Om half twee sluiten we af en allen zijn van mening dat het een vruchtbaar gesprek was. Wij zullen onze indrukken betrekken bij de gesprekken met de clustermanagers en afdelingshoofden, die ook zo hun visie hebben op deze materie.
Vanmiddag zie ik Mart van de Laar en Mariella van Dongen van de Medical School. De overgang van de assistenten in opleiding (aio’s) naar de Medical School is een belangrijk onderwerp. Het nieuwe landelijke regime voor de aio’s scheidt radicaal opleiding en continuïteit van zorg. Van de aio’s mag niet worden verwacht dat zij die continuïteit voor hun rekening nemen, zoals tot nu toe altijd het geval is geweest. Alle specialisten van vandaag kunnen daarover meepraten. Zelf deed ik ook diensten met werkweken van 70 tot soms zelfs meer dan 100 uur. We leerden het vak wel, maar het was een hoog entreegeld, ook voor het thuisfront. Verder staan we uitvoerig stil bij de vraag hoe we tot de invulling van de vier teaching professorships kunnen komen. Bij mijn komst bleek er al een informele shortlist te bestaan, waar we nu ook op inzetten, maar die we nu wat zullen uitbreiden. De gemiddelde norm is zo'n veertig publicaties in wetenschappelijke tijdschriften als eerste of mede hoofdauteur en de begeleiding van twee promovendi naar een doctoraat.
Ik ga op tijd weg, want ik plan aanwezig te zijn bij de Internationale tafel op de Witte in Den Haag, waar de ambassadeurs van veel landen lid van zijn. Ik ben het afgelopen jaar nog niet geweest en dat is jammer. Het is niet ondenkbaar dat internationale contacten op dit niveau niet alleen goed zijn voor de ambassadeurs in ons land, maar ook goed zijn voor ons MST. Daarom weer eens deze poging, die jammerlijk faalt door een lange file bij Zeist rond half zes, waarin ik vastloop. Volgende keer beter.
J. Herre Kingma
|