
Iedere donderdag vergadert de Raad van Bestuur. Het wekelijkse patroon is dat we nogal wat tijd besteden aan dagelijks ongerief, dat niet geagendeerd staat, maar in een ziekenhuis niet kan blijven liggen, resp. moet worden aangepakt voor een goede voortgang der noodzakelijke dingen. Het idee dat een Raad van Bestuur van een ziekenhuis zich alleen met strategische vraagstukken zou moeten of mogen bezighouden is een illusie, vaak gehoord op seminars, masterclasses en wat dies meer zij. Er gaan wekelijks vele uren heen met wat heet operationele zaken, alle clustermanagers, medisch coördinatoren en afdelingshoofden ten spijt. Natuurlijk vangen die veel weg en lossen gelukkig ook wel weer het meeste op, maar koerscorrecties, koerswendingen en soms Salomonsoordelen zijn bepaald geen zeldzaamheid en regelmatig nodig om zaken weer vlot te trekken. Dat leidt er dan toe dat belangrijke zaken van strategische aard, zoals de lange termijn huisvesting, de nieuwbouw, het landelijke beleid op niveau NVZ en STZ te weinig aandacht krijgen en de portefeuillehouder in dit soort landelijke overleggen naar bevind van zaken handelt. Natuurlijk is visie en daarvan afgeleide strategie belangrijk, maar de wereld, the global village, verandert steeds sneller en die snelle veranderingen vragen meer nog om tactisch handelen, dan strategisch handelen. Daaronder ligt wel een vaste lange termijn koers. Overigens worden die begrippen nogal eens door elkaar gehaald.
Ik overleg samen met Bert Vos ‘s middags met onze groep nucleair geneeskundigen. Zij zijn natuurlijk ongelukkig met ons besluit niet over te gaan tot de aanschaf van een PET/CT, dit gelet het feit dat deze voorziening inmiddels door ons buurziekenhuis is gerealiseerd. Twee van deze dure apparaten op hemelsbreed 5 km afstand, achtten wij onverstandig. Inmiddels is de PET/CT wel uitgegroeid tot een belangrijk samenwerkingsproject van de Ziekenhuis Groep Twente en Medisch Spectrum Twente, reden waarom deze voorziening ook centraal in Hengelo is komen te staan om zo de vier locaties in Winterswijk, Enschede/Oldenzaal, Hengelo en Almelo te kunnen bedienen. Helaas is nu ook één van de nucleair geneeskundigen in ZGT opgestapt, waardoor er een echt manpowerprobleem ontstaat. We bespreken het voornemen van ZGT en MST om tot een regionale vakgroep nucleaire geneeskunde te komen. Onderzocht moet worden of de benoeming van een nucleair geneeskundige, die een hoogleraarschap ambieert aan de UT tot de mogelijkheden behoort. Een dergelijke positie kan een belangrijke kwaliteitsimpuls zijn voor de groep, maar, zo denken wij, ook interessant zijn voor de faculteit technische geneeskunde van de UT. Als er een vak is dat zich zou lenen voor inbedding in de Technische Geneeskunde, is het zeker de nucleaire geneeskunde. In december overleggen we verder met de bestuurders van ZGT en de nucleair geneeskundigen van beide instituten.
Aansluitend overleggen we met het management van de IC. Er ligt sinds dit voorjaar een plan van aanpak n.a.v. de infectieproblematiek op de IC, dat we periodiek volgen, zoals vandaag. Hoewel het de goede kant opgaat, worden we nu met een probleem van geheel andere aard geconfronteerd. Gisteren signaleerde ik al dat er vliegen waren gesignaleerd op de IC. Dat vraagt om onmiddellijk ingrijpen en dat is ook gebeurd. Een deel van de bedden is gesloten en Marianne Lensink en ik besluiten zelf op de locatie te gaan inspecteren. Het deel wat nu gesloten is, blijkt met een betrekkelijk eenvoudige aanpak weer veilig in bedrijf te krijgen te zijn. Probleem zijn o.a. niet meer in gebruik zijnde oude rioleringen. Er loopt al een omvangrijk vervangingsprogramma, dat dit probleem moet verhelpen. De kosten zijn aanzienlijk en in het licht van de gewenste totale nieuwbouw deels ook een slechte, maar niettemin onontkoombare investering. Overigens is het vliegenprobleem vandaag gelukkig verholpen.
Ruimschoots na aanvang arriveren Marianne Lensink en ik op het Studium Generale, dat we dit jaar al een flink aantal malen gehouden hebben in de collegezaal van het belendende Dish Hotel. Vandaag presenteert controller Edwin Hummel de dataset, nodig als bedrijfskundige stuurinformatie voor het RVE management. Het ziet er goed uit en eigenlijk zou ik het format als bijlage bij dit blog moeten geven, zoals mijn collega blogger en CEO Paul Levy uit Boston zou doen in zo’n geval. Dat volgt dus nog. Daarna presenteert Erikjan de Vlieger van PLEXUS een overzicht van de mogelijkheden van het programma π , dat in tegenstelling tot ons eigen systeem inzoomt op klinische informatie, die minstens zo belangrijk is om op te sturen. Er is nogal wat discussie. Mijn inbreng daarin is dat we bewust bij dit soort datasets moeten streven naar een minimum aan variabelen en parameters en niet zo veel mogelijk willen weten, dus een minimal dataset. Daar zit wel een verschil in benadering van de professional, die van nature veel wil weten en de manager, die eenvoudig wil kunnen sturen.
J. Herre Kingma
|