
Ons weekrapport begint schokkend, hoewel het onheil me al is aangekondigd tijdens het weekend. Er is een medewerker van de ambulancedienst aangereden terwijl hij hulp verleende aan iemand die op de snelweg onwel was geworden. Het betreft Peter Oude Alink. Hij is oud-medewerker en ook nog flexwerker van ons ziekenhuis. Verschrikkelijk en zo nodeloos. Een jonge vader, die een vrouw en twee kinderen nalaat en niet te vergeten zijn tweelingbroer.
Er is een ploegje medewerkers naar het congres over patiëntveiligheid in Barcelona geweest. Marc Berg sprak er ook. Men was geschokt over het aantal vermijdbare fouten en schadegevallen in de ziekenhuizen. Dat verbaast me, ik roep er al jaren over, nu sinds een jaar ook in ons ziekenhuis. Toch blijkt dit iedere keer weer nieuws. Heel gek. Vanmorgen heb ik mijn column voor Medisch Contact ingeleverd met dit onderwerp. Daarin verbaas ik me ook dat patiëntveiligheid en de aantallen slachtoffers steeds weer landelijk nieuws blijken te zijn. Niet meer praten, aan de slag er mee!
Rond lunchtijd praten Marianne Lensink en ik met Ivo Matser, die de TSM Business School leidt. Een plezierig gesprek, waarin we verkennen wat onze opleidingsbehoeften zijn voor onze toekomstige managers en wat TSM Business School kan bieden. Na afloop van de reeks Studium Generale-bijeenkomsten moeten we de diepte in met de managers in spe. Dit type onderwijs, na- en bijscholing is tegenwoordig maatwerk en dat is ook wat we nodig hebben in onze organisatie in ontwikkeling met straks zo’n veertig/ vijftig medisch en bedrijfskundig managers. Dit moet ook doorgeleid worden naar de Medical School.
Vanmiddag geef ik, net als een jaar geleden, weer een college Bedrijfskunde aan de UT in de reeks 'the nature of hospital work' van prof. Krabbendam. De uitnodigende hoogleraar is prof. Bijker, mijn voor- voorganger in MST. De centrale vraag die ik moet beantwoorden is ‘hoe breng je het ziekenhuis naar de markt?’. Geen makkelijke vraag en echt ervaring hebben we niet in Nederland, laat staan zinvolle theorievorming daarover. Het zit, zou ik zeggen, nog in het goeroe stadium. Wel hoor ik al jaren van bestuurders uit het bedrijfsleven de vraag wanneer we het ziekenhuis nu eindelijk eens als een efficiënt bedrijf gaan runnen. Als het alleen maar een kwestie van doen was, deden we dat allang. We zijn nu in een stadium waarin we geleidelijk beginnen te begrijpen wat we voor organisatie zijn en hoe je je bedrijfsprocessen het beste kan vormgeven, anders dan de intuïtieve van meester op gezel en leerling doorgegeven manier. Daarvoor is ook gewoon onderzoek nodig hoe van een organisatie, die zich soms zelfs als een tamelijk onvoorspelbaar organisme gedraagt, een bedrijf te maken met doelen, 'targets', een bedrijfscultuur, gericht op kwalitatief hoogwaardige en veilige producten. Producten, waar 'de markt' ook behoefte aan heeft. Dat laatste blijft een heel moeilijk verhaal.
Voor niet spoed reparatiegeneeskunde, van een kunstgebit tot een nieuwe heup is een zekere en soms verregaande keuze mogelijk en realistisch, bij spoedbehandelingen is dat meestal niet zo en ben je aangewezen op je regionale of stadsziekenhuis. Dat soort behandelingen zullen ook in het A-segment blijven van de DBC's. Daar is geen sprake van vrije prijsvorming, maar wordt het instrument van de maatstafconcurrentie ingevoerd. Dat goed uitleggen is geen sinecure. In het kort komt het neer op de beste prijs/ prestatie verhouding als nationale maat. Zit je met je kostprijs daaronder, dan zit je goed, zit je daarboven, dan kost dat omzet en zul je kosten moeten reduceren naar de 'maatstaf'. Overigens wordt het B-segment wel uitgebreid dit jaar van 10% naar 20%. Dat zijn diagnose behandelcombinaties waarin wel vrije prijsvorming plaatsvindt. Denk dan aan staar-, heup- en liesbreukoperaties.
De opkomst voor het college is matig, hooguit de helft van de 29 aangemelde studenten komt opdagen. Eigenlijk is dat helemaal niet netjes, maar ook hier geldt je marktwaarde en onderwijskundige aantrekkelijkheid naar onderwerp en docent. Toch eens nadenken hoe we dat volgend jaar aanpakken, misschien 'openbaar' via internet voorbereiden zo'n college met mijn opinies en standpunten er bij.
In Deventer dineer ik in Het Arsenaal met prof. Joep Hubben, hoogleraar gezondheidsrecht aan de rijksuniversiteit Groningen en dus een collega hoogleraar. Hij is een eminent jurist, oud-inspecteur en zeer deskundig op het terrein van het tuchtrecht, medische aansprakelijkheid en -schade, zeer actueel nu we deze week de onthulling van de Nederlandse medische schade te zien zullen krijgen in termen van aantallen slachtoffers. We bespreken ook de ontwikkelingen op het terrein van de formele verhouding medische staf-Raad van Bestuur, die zo langzamerhand om een wettelijke codificatie vraagt. Last but not least komen we te spreken over mogelijkheden voor onderwijs aan studenten of nog beter aankomend specialisten over deze onderwerpen. Toch eens zien of we hem kunnen boeken via de Medical School voor onze medische staf, maar dan incl. assistenten en co-assistenten.
J. Herre Kingma
|