
Tubantia kopt vandaag in de krant n.a.v. mijn nieuwjaarsspeech 'MST nog in zwaar weer'. Ik denk dat dat ietwat zwaar aangezet is, maar om in weer- en vaartermen te blijven, we anticiperen wel op zwaar weer en leggen alvast een rif in het zeil, want al stormt het nog niet, het waait wel zeer stevig in ziekenhuisland en we moeten scherp zeilen en dan hou je het niet altijd droog in de kuip.
Met Edwin Hummel, onze controller of head (hoofd economische en administratieve dienst) overleg ik over de begroting, die we over twee weken in de RvB willen bespreken. Ik neem Bert Vos, onze CFO, daarin waar. Vraag is hoe we de tamelijk zachte BPR (business proces redesign) maatregelen, zoals verpleegduurverkorting, reductie herhaalfrequentie polikliniekbezoek enz. kunnen vertalen in euro's kostenreductie. Als die productiviteitsstijging, want dat is het, gepaard gaat met proportionele stijging van de productie, dan hoeft het ook niet met een evenredige reductie van arbeidsplaatsen gepaard te gaan. Immers, de elf miljoen die we willen, nee moeten ombuigen en bezuinigen, betekenen wel ruwweg 200 fte's minder. Wil je iedereen aan het werk houden, afgezien van natuurlijk verloop, dan lukt dat dus niet zonder een flinke productiestijging. Daarin citeert de krant mij ook. Een sluitende begroting sluitend houden betekent ook strakke begrotings- en budgetdiscipline. Ik vraag onze head dus ook om voorstellen te doen hoe we de compliance aan begroting en budget kunnen aanscherpen.
Uit de wandelgangen hoor ik dat er in het sociale circuit buiten het ziekenhuis flink wordt gemopperd op ons organisatiebesluit. Overigens is die organisatieaanpassing tegen de achtergrond van wat ik zojuist schreef, mede en met name ingegeven om onze organisatie slagvaardiger en doelmatiger te laten werken. Interessant is dan wel om te horen dat onze criticasters van binnen op die feestjes niet altijd gelijk krijgen van de directeuren van ondernemingen. Juist in het 'echte' bedrijfsleven begrijpt men heel goed dat moderne bedrijfsvoering vraagt om een acceptabele span of control, die niet zo groot is dat er onvoldoende aandacht is voor de individuele medewerker. Dat het sturen van tachtig of meer mensen op de werkvloer wel makkelijk is, geredeneerd vanuit de opdrachtgevers, je hoeft maar op één knopje te drukken en niet op drie of meer, maar goed personeelsmanagement, aandacht voor je mensen, het belangrijkste kapitaal van onze onderneming, vraagt om een groepsgrootte, die eerder rond of onder de dertig ligt dan de genoemde tachtig of meer, die in ons ziekenhuis geen uitzondering is.
Jaap Bredée, oud thoraxchirurg, die ik nog ken als collega uit mijn tijd in het Thoraxcentrum in Groningen, belt over de reis, die we willen ondernemen naar Cleveland Clinic, OHIO. We willen daar bekijken hoe zelfstandig de klinieken, met als bekendste Cleveland Clinic Heart Centre, kunnen functioneren binnen het geheel van de onderneming. De ontwikkeling naar klinische centra als organisatorische eenheden, die een aantal verwante vakgroepen/maatschappen rond een thema verenigen, is de marsroute, die ik voor ons ziekenhuis wil verkennen en nog beter wil aflopen, al zal het een lange mars worden. We moeten ons bezoek midden februari misschien uitstellen naar maart om de goeie mensen te spreken te krijgen.
Aan het eind van de middag schuif ik aan in Den Haag bij een vergadering van een groepje binnen de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, dat brainstormt over de wet op de maatschappelijke onderneming, die onze minister Hirsch Ballin wil indienen. Die is bedoeld als vervanging voor de klassieke stichting als organisatorisch vehikel voor scholen, ziekenhuizen, woningbouwverenigingen enz. In die werelden, in elk geval de ziekenhuiswereld, wordt er met argusogen naar gekeken. De vraag is nu of dergelijke wetgeving nieuwe mogelijkheden schept of alleen maar meer beperkingen oplegt, juist nu bijv. ziekenhuizen als echte winstgerichte ondernemingen willen gaan werken. Aan ons liberale denktankje om pro's en contra’s af te wegen. Uitgangspunt zou moeten zijn, hoe krijg je de beste vorm waarin dit soort semipublieke ondernemingen kunnen floreren en hun klanten het beste kunnen bieden met de beste service en beste prijs. Ik voer daarbij een pleidooi voor een krachtige en onafhankelijke inspectie, die er niet is om - input en procesgericht - iedereen te houden aan het oerwoud van regels dat we geschapen hebben, rule based inspection, maar die - outcome en impact gericht - bewaakt en bevordert dat de diensten en producten tijdig, voldoende en in een goede prijs-/ kwaliteitsverhouding worden geleverd (past meer bij principle based inspection).
J. Herre Kingma
|