
Mijn wekelijks overleg met de voorzitter van het Medisch Stafbestuur Diedrik Buiten doe ik vandaag samen met mijn collega en CFO Bert Vos.
Reden is het onbehagen bij nogal wat stafleden over het inmiddels bekend geworden voorgenomen besluit van de Raad van Bestuur de PET/CT aanschaf uit te stellen en PET diensten af te nemen van het ziekenhuis in Hengelo, dat sinds heden haar PET/CT operationeel heeft.
Hoewel het MSB zijn eigen afwegingen maakt in dezen, is het wel goed de argumenten goed uit te wisselen. Van groot belang is om de consequenties voor de beschikbaarheid van PET/CT voor de regio goed af te wegen, te borgen en inzicht te geven hoe in de nabije toekomst met plannen voor deze geavanceerde beeldvorming zal worden omgegaan, dit alles ook tegen de achtergrond van het MST te willen komen tot een Twents Oncologisch Centrum. Nodeloos vast te stellen dat MST betreurt dat deze topklinische voorziening niet in MST is gerealiseerd, gelet haar rol in de complexe oncologie en de hier aanwezige radiotherapie, waarvoor de PET diagnostiek essentieel is. Nu deze voorziening zo dicht bij beschikbaar komt is de business case voor een eigen PET/CT zodanig verslechterd, dat deze investering daarmee onverantwoord is geworden. Onmiddellijke realisatie na het besluit van de Raad van Bestuur in 2005 had deze voorziening zeer waarschijnlijk wel naar MST gebracht. MST heeft in het voorjaar '06 een gezamenlijk gebruik van PET/CT vanuit MST voor heel Twente en Achterhoek voorgesteld in het TAZDO, maar dat heeft het niet gehaald, zodat beide Twentse ziekenhuizen gestart zijn met de realisatie met ZGT/Hengelo als 'winnaar'. Deze vorm van concurrentie op basis van rivaliteit is contraproductief en brengt het doel topvoorzieningen voor Twente binnen Twente te houden niet dichterbij. Daarom zet MST in op samenwerking, echter met dien verstande dat MST inzet op het behoud en uitbreiding van hoogwaardige topklinische en complexe zorg.
Ons overleg met de Kring Twente van de huisartsen met Peter Marinus en Peter Geenen, die Hendrik Eijgelaar vervangt, verloopt in goede sfeer. Een enorme verbetering t.o.v. een jaar geleden. Onze aanpak niet te veel te spreken in grote concepten met grote woorden, maar aan te sluiten bij wat praktisch nodig is om de samenwerking eerste en tweede lijn te versterken, werpt zijn vruchten af. Dit najaar zullen we een bijeenkomst met huisartsen en specialisten gaan organiseren om onze gezamenlijke aanpak op 'medisch praktisch' niveau door te spreken. De Raad van Bestuur zal met het kringbestuur separaat verder spreken over de beleidsmatige kanten van de samenwerking tussen eerste en tweede echelons.
Om drie uur kom ik met Mariska de Groot samen in de Drienerburght, het hotel van de UT, met Hein Abeln en Janneke van der Kruijs van Twynstra en Gudde om onze, inmiddels derde, strategie-sessie voor te bespreken, die we straks zullen houden met de medisch coördinatoren, clustermanagers en andere betrokkenen. Hein houdt een inleiding, waarin de bevindingen van het door ons gevraagde marktonderzoek centraal staan. Onze omgeving heeft naast waardering voor de nieuwe koers veel kritiek op onze tekortschietende klantvriendelijkheid, service en gastvrijheid. Je kunt als dokter nog zo goed zijn in je vak, maar als dat type patiëntgerichtheid ontbreekt, dan loop je 'at the end of the day' alsnog je waardering mis, niet alleen als individuele zorgverlener, maar ook als ziekenhuis.
De boodschap van Hein Abeln is duidelijk. Verbeter eerst je performance -en heersende cultuur - op deze terreinen vooraleer je uitgebreide toekomstvisies gaat schrijven. De volgende notie, die aansluit bij onze al uitgebrachte visie is, komt met een dynamisch plan voor de volgende fase van het ziekenhuis, dat niet star en statisch is, maar meeademt met de ontwikkeling van alledag. Dus geen utopische nieuwe werkconcepten, die in ambitieuze nieuwbouw worden versteend, maar een nuchtere aanpak, die service en kwaliteit maximaal bevorderen.
J. Herre Kingma
|