
Ik ben maanden geleden uitgenodigd voor het lustrum van het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN), het zevende inmiddels.
Plaats van handeling de prachtige XVe eeuwse St. Olofskapel bij het Barbizon Palace hotel tegenover het Centraal Station in Amsterdam. Zelf zat ik eind jaren tachtig enige tijd in de wetenschappelijke raad van het ICIN vanuit het Sint Antonius Ziekenhuis. Wij vonden dat we vanuit ons niet universitaire ziekenhuis aardig bijdroegen aan het werk van de universitaire afdelingen en ons ook wel een beetje konden meten toentertijd met de academische afdelingen. Die plek in de wetenschappelijke raad hebben we maar een paar jaar mogen bezetten. Wel richtten de niet-academische afdelingen cardiologie in die periode een eigen club op, een beetje een tegenhanger, de WCN. Die bestaat volgend jaar twintig jaar, het vierde lustrum, en de afdeling cardiologie van MST is al vrijwel sinds de oprichting lid.
Andere disciplines kennen ook dit soort netwerken, die zeer productief kunnen zijn bij het gezamenlijk opzetten en uitvoeren van onderzoek. Toen ik naar Twente kwam, werd mij gezegd dat MST academisch zou moeten worden. Dat is een kolossale ambitie, die heel veel energie vraagt en die ook een houding van de academische wereld vraagt om je toe te laten in hun kring. Dat is geen sinecure, want dat zou een negende academisch ziekenhuis betekenen.
Ik heb bij mijn aantreden gezegd die ambitie niet realistisch te vinden en niet van voldoende voordeel op dit moment. Natuurlijk zou in een evenwichtige verdeling van UMC's Enschede, of beter Twente, niet mogen ontbreken, maar de realiteit van vandaag is een andere. Dat blijkt ook uit de sfeer die ik proef tijdens het ICIN lustrum, die de samenwerking tussen de universiteiten benadrukt - en die dat moet worden gezegd - ook heel veel resultaat heeft opgeleverd. Maar dat neemt niet weg, dat er vaak een essentiële bijdrage wordt geleverd door de grote niet universitaire klinieken. Zonder deze ziekenhuizen, waaronder MST, is grootschalig onderzoek, waarin patiënten participeren, niet meer mogelijk is. Het was goed dat ik er was, zij het als vrijwel enige uit de kring van de niet-academische ziekenhuizen.
J.H. Kingma
|