![]() |
|
|
|
Sinds lange tijd ben ik weer eens naar een congres geweest. Vroeger, als actieve cardioloog, waren buitenlandse reizen bijna core business, zeker als je zelf betrokken was bij onderzoek. Jl. woensdag 18 maart ben ik om vijf uur 's morgens vertrokken naar Berlijn voor het International Forum on Quality and Safety in Healthcare. Met de auto, want ik kan helaas niet langer dan een dagje blijven. Grote animator van deze jaarlijkse congressen is Donald Berwick, president en CEO van het Institute of Healthcare Improvement in Boston (IHI). Ieder jaar organiseert het IHI een congres in Orlando, Florida en een congres in Europa. In december 2006 ben ik met een klein clubje vanuit MST in Florida geweest, nu met een grote club naar Berlijn, dat voor ons als grensstad op vier en half uur rijden toch een beetje naast de deur ligt. Ik hoor nog net de laatste drie kwartier van Donald Berwicks speech, die als altijd bevlogen, zelfs iets opzwepend spreekt. Dat kunnen alleen Amerikanen zo. Zijn boodschap is niet anders dan bij vorige gelegenheden en concentreert op 'patientcenteredness' (patiëntgerichtheid, zie verder www.internationalforum.bmj.com ) als basiselement van patiëntveiligheid. Zolang patient safety nog niet tussen de oren van ieder, die in het ziekenhuis werkt, zit, is die herhaling en onderstreping nodig en van die taak kwijt Berwick zich al jaren. Aansluitend bezoek ik een sessie, speciaal georganiseerd voor CEO's van ziekenhuizen. Mijn belangrijkste conclusie en take home message is, dat je concrete meetbare doelen voor patiëntveiligheid moet stellen, zoals %-age reductie vermijdbare sterfte, postoperatieve infecties enz. en die je dan ook moet meten. Voordat je daarna een algemeen effect op je ziekenhuis performance kunt meten, ben je gauw 5 tot 10 jaar verder. Dat laatste is wel een beetje een domper op het enthousiasme, blijkt ook wel in de discussies. Dat zou allemaal veel sneller kunnen, moeten kunnen, vinden velen tijdens de discussie. Vraag is dan in hoeverre je alsmaar moet wachten of er bij de medewerkers voldoende draagvlak is voor andere werkwijzen. Op enig moment is die noodzaak absoluut geworden of word je door de omgeving er toe gedwongen. Net iets harder lopen, net vóór blijven, is veel comfortabeler in dit soort veranderingsprocessen op wereldschaal. 's Avonds eten we met de hele delegatie van ons ziekenhuis, waarin de internisten verreweg de grootste groep vormen. Er is élan om nu systematisch werk te gaan maken van patiëntveiligheid. Niet alleen woorden, nu ook daden. Overigens is onze score op het punt van de ziekenhuissterfte de afgelopen jaren sterk verbeterd. We hobbelen niet meer achterin het rijtje mee, zoals ik in maart 2007 nog opmerkte in een artikel in het FD, maar zitten duidelijk onder het ziekenhuisgemiddelde. Helaas moet ik donderdagmorgen wederom in alle vroegte terug, want ik moet om half twee aanwezig zijn op de vergadering van de commissie van toezicht van het RIVM in Bilthoven. Met een voorspoedige terugreis lukt dat allemaal ruimschoots. Het RIVM toont ons hoe zij invulling geeft aan de in het Regeerakkoord afgesproken reductie van het aantal rijksambtenaren. Bezuinigen is nooit leuk en je vraagt je bij dit soort grote rijksbrede operaties altijd weer af wat eigenlijk de kerntaak van de overheid is, zou moeten zijn en wat wel of niet 'naar de markt' kan worden uitgeplaatst. Dat doen we in het ziekenhuis immers ook. Outsourcen vs zelf doen, decentraliseren vs centraliseren zijn vaste, maar schijnbaar onvermijdelijke golfbewegingen door de tijden heen zonder aanwijsbaar nut op lange termijn. Ze lijken net als economische crises een natuurverschijnsel. Van de oude laboratoriumfunctie van het RIVM voor het Staatstoezicht op de Volksgezondheid is steeds minder over, terwijl dat ooit de reden van stichting van het RIVM door dr. Ali Cohen (cq haar voorloper het centraal laboratorium) was in 1909, dit jaar een eeuw geleden dus. Tijdens het jaarlijkse diner met de commissie van toezicht en de directie van het RIVM zit het restaurant redelijk vol, van effecten van de kredietcrisis is hier weinig te merken. Ik zie ook een aantal andere bestuurders uit de zorg zitten aan andere tafels, kennelijk raakt het ons economisch minder. Dat is maar schijn. Het openbreken van het Regeerakkoord zal uiteindelijk ook gevolgen hebben voor de zorgsector, verwacht ik. Niet voor de werkgelegenheid zozeer, wel zal ook ons gevraagd worden de broekriem aan te halen. Het weekend, nuttig om achterstallig lees- en schrijfwerk te doen, maar daar komt niets van terecht, want deze staat in het teken van de geboorte jl vrijdag van ons eerste kleinkind en dan moet alles wijken wat kan wijken. We bezoeken het OLVG waar het zich allemaal afspeelt en dan constateer je als ziekenhuisbestuurder tussen de feestvreugde door dat men er daar aardig in geslaagd is om een ziekenhuis voor het centrum van de stad te behouden en het ook nog (verkeers) toegankelijk te houden. Dat is ook de vraag waar wij in Enschede met ons geplande binnenstadsziekenhuis voor staan. De ruimte is er wel, maar hoe houden we het bereikbaar. Maandagmorgen 23 maart openen we met de 'keek op de week', onze wekelijkse terug- en vooruitblik. Thema is de succesvolle open dag afgelopen zaterdag, waarbij het hartcentrum centraal stond. Gemeld wordt dat de oplevering van het Vrouw Kind Centrum een paar dagen vertraagd is en dat de nieuwe IC pas weken later open kan dan gepland. Het eerste is waarschijnlijk geen probleem, uitstel van de opening nieuwe IC wel, dus daar moeten we iets op verzinnen. Sinds we het mobiele militaire hospitaal op de parkeerplaats verlaten hebben, zijn er overigens maar sporadisch ziekenhuisinfecties geweest op de IC. De opening door de wethouder en tegelijk open dag laten we als het enigszins kan, doorgaan op 4 april, de ingebruikname zal wel vertraagd worden. Begin van de middag zou ik bezoek krijgen van een Tweede Kamerlid, maar die zit vast in het treinverkeer. Jammer, we hebben niet te klagen over belangstelling van onze Twentse parlementariërs. Dan is er meer tijd om de route 2014 van de UT door te spreken met de Medical School. Wat is de plaats en betekenis van ons ziekenhuis naast de UT met haar technisch medische ambities en opleiding. Wat kunnen wij brengen en wat brengt het ons. Dat lijkt altijd zo'n eenvoudig een-tweetje, maar is dat niet. De kliniek, de 7 x 24 uur aandacht voor onze patiënten vraagt een niets ontziende continuïteit van aandacht, zorg en daarbij passende voorzieningen. Onderwijs en onderzoek is beschouwend van aard, vraagt om reflectie. Kunnen wij dat bieden en tegen welke prijs ? Maandagmiddag mag ik een lint doorknippen op de nieuwe vaatkamer. Heel feestelijk. In de wedloop om technische vernieuwing en voorsprong zijn we op dit terrein weer even helemaal up to date. Bloedende magen en darmen kunnen hier worden gestelpt, niet van buiten per operatie, maar via de vaten zelf, die de organen van bloed voorzien. Een vreugdevol moment. |
|
|
![]() |