
Vanmorgen praat ik samen met Alp Buitelaar met een adviseur over publiek-private samenwerking (PPS) bij de realisatie van het nieuwe ziekenhuis. Eigenlijk gaat het niet om PPS, maar om semi-publiek-private samenwerking, zeg SPPS. Het ziekenhuis is immers semi-publiek of zelfs privaat als je naar ons organisatiemodel kijkt. We zijn geïnteresseerd in wat allerlei grote spelers ons in een samenhangend aanbod kunnen bieden, maar willen wel zelf aan het stuur blijven.
Overigens is één van onze meest klemmende vragen op dit moment of we zelf eigenaar willen blijven van ons vastgoed. De opbrengst van de dure grond in de binnenstad, waarop ons ziekenhuis staat, zouden we moeten kunnen aanwenden voor de nieuwbouw. Als we buiten stad zouden gaan zitten, hadden we dat voordeel sowieso, dus dat moeten we ook bij nieuwbouw in de binnenstad zien te realiseren.
De RvB heeft als belangrijk agendapunt wederom de bespreking van de inhoud van de kaderbrief. Daarin zullen we aangeven wat de financiële, bedrijfsmatige en kwalititatieve kaders zijn voor de zorg en de organisatie daarvan het komende jaar. Er zijn twee hoofdwegen, de weg van de efficiency verhoging, de meest verkieslijke weg, Amerikanen noemen dat elimination of waste, met de mogelijkheid het vrijgevallen budget naar keuze te herinvesteren, en er is de andere weg van de klassieke taakstellende bezuiniging per mes of kaasschaaf. De eerste weg heeft de voorkeur.
Met de co-assistenten Marloes Nooitgedagt en Thijs Stoker overleg ik over hun plan een benefietdiner te organiseren dit najaar. Het mes moet aan twee kanten snijden, dokters, c.q. stafleden van ons ziekenhuis blijken elkaar - zo vinden de co's - slecht te kennen en dat moet veranderen. De andere doelstelling is tijdens zo'n diner een mooi bedrag op te halen voor een medisch initiatief in Congo. Daar kan je niet tegen zijn. Voor de Raad van Bestuur ook een mooie gelegenheid onze kennis onder stafleden eens wat te verbreden. Wel opmerkelijk dat de co-assistenten dit fenomeen van elkaar onvoldoende kennen, waarnemen en bij mij neerleggen. Nou moet ik zeggen, dat ik nog geen stafdiner heb meegemaakt, zoals ik dat wel gewend was ieder jaar of twee jaar in Nieuwegein.
Ik geef een interview aan Mart van der Laar voor een symposion over reumatologie (Post Eular Symposium), waar ik eind juni niet heen kan als spreker, want ik zit dan in de VS met allerlei hotemetoten. Het onderwerp is patiëntveiligheid, mijn reis naar de VS ook gedeeltelijk. Ik vraag hem het resultaat van dit interview ook op onze website te zetten na afloop van het symposium.
Vanavond treed in ons Studium Generale Martin van Rijn op. Martin is Directeur-Generaal (DG) Gezondheidszorg op VWS en langs die weg een oud-collega. Hij zou al spreken op 5 april, maar liep toen vast in het verkeer voorafgaand aan het Paasweekend. Presentatie van martin van Rijn.
Nu gebeurt dat bijna weer, zodat Mart van der Laar en ik een voorprogramma verzorgen, waarbij we het interview van vanmiddag over kwaliteit en veiligheid dunnetjes overdoen.
Om kwart voor zes komt de DG binnen en houdt zijn uitstekende verhaal. We hebben het uitvoerig over alle thema's van vandaag. Weer patiëntveiligheid, maar ook de afschaffing van de lumpsum financiering met grote consequenties voor ziekenhuis en specialisten met betaling alleen op basis van DBC's vanaf januari, althans zoals het er nu uitziet. We onderhandelen nu over zo'n tien procent van de vraag al vrij, de zogenaamde DBC's van het B-segment, zoals liesbreukoperaties, staaroperaties, heupoperaties enz. Dat %-age gaat naar 20%, stond al in het regeerakkoord. De overige tachtig worden voorzien van prijzen op basis van zogenaamde maatstafconcurrentie, ook ex regeerakkoord.
Maatstafconcurrentie is een vorm van price-cap regulering (term NMA) die gebaseerd is op het onderling vergelijken van prestaties van bedrijven. Met maatstafconcurrentie wordt beoogd de werking van concurrerende markten na te bootsen. Het komt er op neer dat je de prijs van diegenen, die een min of meer een gemiddelde prijs vragen voor een kwalitatief goed product als norm geldt voor de prijsstelling. Ben je goedkoper, dan ben je spekkoper, ben je duurder dan de maatstaf, dan moet je zien dat je je eigen kostprijs binnen het ziekenhuis naar beneden draait.
Er was een zeer geanimeerde discussie met vooral veel inbreng van medisch specialisten, die niet geheel ten onrecht vrezen dat met de maatstaf concurrentie een spiraal naar beneden wordt ingezet met de prijzen, waarbij topklinische' en meestal dure ziekenhuizen aan het kortste end trekken. Aan het eind bloemen en woordelijke blijken van waardering voor Michel Galjee, het was zijn laatste dag als stafvoorzitter. Hij heeft een belangrijke omslag teweeggebracht tesamen met zijn bestuur door de introductie van de resultaatverantwoordelijke eenheden in MST met een resultaat verantwoordelijk medisch en bedrijfskundig manager.
Na afloop dineren we (Bert Vos en ik) met Martin van Rijn, tesamen met de gaande (Michel Galjee) en komende (Diedrik Buiten) stafvoorzitter en de medisch manager van de Medical School, Mart van de Laar. We bewijzen Martin een dienst om hem naturel bij te praten wat er leeft in het veld, de grote ziekenhuizen en op de werkvloer en wij krijgen toch weer wat mee waar Den Haag mee bezig is.
J.H. Kingma
|