
Om half tien spreek ik Jeroen Kolkman, gastro-enteroloog. Het gaat even niet over de kliniek en de afdeling, de RVE, maar over onderwijs en wetenschap en zijn ambities daarin, een en ander in relatie tot de uitbouw van MST tot teaching hospital.
Die status hebben we recent gekregen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) met de toezegging vier teaching professorships in te mogen vullen. Die status is zeker niet exclusief, want het UMCG geeft die aan al haar geaffilieerde ziekenhuizen. Wel hebben wij meer hoogleraarplaatsen. We zullen ons dus moeten onderscheiden hoe we die positie invullen. Onze positie als topklinisch ziekenhuis wil ik niet los zien van de verbindingen die we hebben met de Universiteit Twente en zelfs die van Münster. De relatie met de UT zijn we aan het versterken, die met Münster staat hooguit op een waakvlam, hoor ik van Jeroen, die een tijd geleden aardig onderzoek deed met een aantal collegae aldaar. Zelf ken ik Helmuth Rahn goed, oud decaan daar, nu met emeritaat. Destijds was hij hoogleraar Klinische Farmacologie in Maastricht en dus een collega uit andere tijden. Wordt vervolgd.
Na de Raad van Bestuursvergadering praten we door met Milto Christopoulos over de organisatieontwikkeling. Aan de orde komt de vraag hoe de STIPT-organisatie moet worden ingebed. STIPT (staat voor Slagvaardig, Transparant, Innovatief, Productief, Toegewijd) is een cultuurprogramma, een veranderprogramma en heeft kenmerken van een organisatieonderdeel. In moderne organisaties, vooral als ze groot zijn, moet je kunnen 'ondernemen' binnen de onderneming. Binnen STIPT kunnen we investeren, ontwikkelen en tenslotte lanceren in de organisatie als het 'product' lijkt te werken.
Eind van de middag overleg ik met Heleen Miedema en Peter Vooys van Technische Geneeskunde. We spreken over de wijze waarop de beoefenaren van dit vak na afstuderen een BIG-registratie zouden kunnen krijgen. Langzamerhand ben ik wel gewonnen voor deze opleiding en zie ik wel de plaats voor deze nieuwe professionals. Belangrijk is de klinische stages zo vorm te geven dat ze geplaatst worden op potentiële toekomstige werkplekken naar analogie van de co-schappen van de aspirant artsen. De naam stagiaire zou moeten worden vervangen door een met een soortgelijke associatie als co-assistent. Ik denk aan technico of zoiets. Deze studenten krijgen geen artsentitel, maar worden ir. Waarom dan niet meteen als medisch ingenieur (med. Ir) aangeduid.
Vandaag op tijd naar huis. Onderweg bel ik Willem van der Ham, hij is anesthesioloog in het Catharina in Eindhoven. Zat bij in het eerste bestuur van de Orde als fiscus. Weet alles van honorariumsystematiek van specialisten en DBC's en zeer gerespecteerd binnen zijn beroepsgroep. Hij is bereid mee te kijken in het werkbelastingsonderzoek bij onze anesthesiologen.
J.H. Kingma
|