![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Vanmorgen sta ik op om kwart voor zes, want ik vertrek vandaag naar Cleveland Clinic, Ohio, voor een paar dagen. We halen Jan Grandjean op, hij is cardiothoracaal chirurg in ons Thoraxcentrum en verder Alp Buitelaar, programmaleider lange termijn huisvestingsplan in het ziekenhuis en vertrekken om zeven uur richting Schiphol. In de lounge van United Airlines ontmoeten we Jaap Bredee, em. hoogleraar cardiothoracale chirurgie UMCU en Wies Oldenkamp, financieel manager van het Hart Long Centrum Utrecht. Morgen sluit ook Pieter Doevendans, hoogleraar cardiologie UMCU, zich aan. Jaap heeft alles tot in de puntjes geregeld met een veelzijdig programma de komende dagen, waarin we uiteraard veel aandacht besteden aan Cleveland clinic Heartcenter. We zullen ook kijken naar andere onderdelen, die als klinische centra onderdeel uitmaken van Cleveland Clinic. Vraag is hoe binnen zo'n concern samenhang en zelfstandig opereren is georganiseerd en wordt behouden. Aanleiding voor ons bezoek is de beweging om ook in MST tot een dergelijke structuur van zelfstandig opererende, maar tegelijk in hechte synergie werkende klinische centra te komen. Sinds 2004 staat en werkt er bij en in MST een florerend Thoraxcentrum Twente (TCT) en vorig najaar is begonnen met de bouw van een Vrouw Kind Centrum (VKC). In deze centra zijn weliswaar de klinische functies binnen TCT resp. VKC geconcentreerd, maar er is nog geen sprake van een aparte bestuurlijk organisatorische eenheid. De vliegreis van acht uur naar Washington en daarna nog een paar uur naar Cleveland biedt ruim de gelegenheid bij te praten. Als cardioloog -sinds medio 2000 n.p.- weet ik steeds minder van de binnenkant en dit is een goede gelegenheid 1:1 over de inside van ons TCT bijgepraat te worden.
Alle foto’s zijn gemaakt door cardiothoracaal chirurg Jan Grandjean.We landen op tijd op Washington Dulles Airport, genoemd naar de minister van buitenlandse zaken/secretary of state onder president Eisenhower en één van de iconen van de koude oorlog. Dulles was één van de eerste politieke namen, die tot mijn jeugdig brein in de jaren vijftig doordrong, waarschijnlijk via de zondagse radiopraatjes van GBJ Hiltermann. Onze aansluitend geplande transfer naar Cleveland mislukt. Cleveland zit dicht door sneeuwstormen en hier op het vliegveld regent het ijzel. Uiteindelijk wordt na vele uren uitstel onze vlucht gecancelled. Dat betekent omboeken, wat na uren wachten eindelijk lukt om een uur of tien. Dan de koffers uit het bagagesysteem losweken, wat weer een uur of twee kost. Hotelkamers zijn niet te krijgen en de wachttijd voor een taxi is ook een uur of langer. We besluiten te wachten - of beter gezegd te blijven hangen - op het vliegveld en doden onze tijd op plastic stoeltjes langs een bagageband.
Om en langs ons heen doen schoonmakers hun nachtelijke job. Na wat dommelen, lezen en koffiedrinken kunnen we om kwart voor vijf inchecken naar Cleveland, waar we na een ommelandse reis vliegend over O'Hare Chicago om een uur of elf aankomen. Om twaalf uur, we zijn dan een uur of vijfendertig onderweg, kunnen we kwartier maken in ons hotel, een Intercontinental Hotel op de Cleveland Clinic campus.
Van woensdagmiddag tot en met vrijdagmorgen brengen we, afgewisseld met kliniekbezoeken en rondleidingen door in de vergaderkamer van dr. Cosgrove, president and CEO of the Cleveland Clinic Foundation. De gehele organisatie, incl. de vestigingen elders telt ca. 29000 medewerkers met een jaarbudget van drie miljard dollar, dus ordegrootte 10 maal MST. De kernorganisatie, de Cleveland Clinic zelf is ongeveer vier maal MST, nog steeds indrukwekkend. Het hartcentrum alléén heeft ongeveer de omvang van ons gehele MST.
Er trekt in twee etmalen een indrukwekkende rij bestuurders, managers en directors aan ons voorbij, waaronder met name genoemd de chief van het Heart Center, dr Bruce Lytle, het hoofd van de afd.eling cardiovasc medicine binnen het Heart Center, dr Steven Nissen, de chairman van het Neurological Institute, dr Michael Modic, enz. Kern van hun recent doorgevoerde organisatiemodel is het instituut als basisstructuur. Daarin komen en werken een aantal disciplines samen, zoals in het Neurological Institute de neurologie, neurochirurgie, psychiatrie en neuroradiologie. Daarbinnen zijn disease centers gevormd rond één (groep) of meer aandoeningen, zoals het epilepsiecentrum, het neuro-oncologiecenter, het pijncentrum, het neurocognitieve centrum, het slaapcentrum enz. Mutatis mutandis geldt dat ook voor andere instituten, waarvan het bekendste het Heart institute is. De divisiestructuur heeft men een jaar geleden verlaten. Niettemin is er nog wel een vrij sterke centrale sturing op investeringen, bouw en productie. De begroting en de budgetten worden niet als absoluut beschouwd, maar als planningsinstrument. Echt sprake van zelfstandige klinieken is er niet. Wel is het devies om de instituten te runnen als ware die het eigendom van de staf. Er is een interessante relatie tussen de medische staf en de bestuurders. De CEO is voorzitter van een board of governors, bestaande uit gekozen specialisten-stafleden, waarmee het beleid, met name waar dat het medische proces raakt, wordt doorgesproken en gemaakt. De chief medical staff is vicevoorzitter van deze board. Er is ook een lijn van de CEO met de chairmen van de 'institutes', aangeduid als de executive medical staff, alles geleid door een - ik dacht - vier of vijfhoofdige raad van bestuur. De instituten zijn merendeels in aparte gebouwen gehuisvest en onderling verbonden via zogenaamde skyways, vergelijkbaar met onze brug over de Haaksbergerstraat. Via zo'n skyway lopen we 's morgens ook van ons hotel naar de kliniek.
In het hotel zijn de gasten een mix van wetenschappers, bestuurders, zoals wij en (familie van) patiënten, die wachten op of na behandeling. Vanmorgen worden we om acht uur toegesproken door mr Peacock, die belast is met de vastgoedportefeuille, (nieuw)bouw cq lange termijn huisvesting en (lange termijn) onderhoud. Cleveland Clinic heeft een zeer omvangrijke campus en een werkoppervlak in haar gebouwen van zo'n miljoen kwadraat meter, overeenkomend met zo'n 100 ha. Die strekt zich ook uit over een tiental vestigingen buiten het moederbedrijf in Cleveland. We zoomen in op het in aanbouw zijnde nieuwe hartcentrum, dat qua grootte aardig overeenkomt met het totaal volume van MST. We maken een rondgang door het gebouw dat over een paar maanden moet worden opgeleverd. Hier en daar zijn mockrooms, kamers die al af zijn en ingericht om kijkers en toekomstige gebruikers een indruk te geven. Op het dak is een prachtig panorama voorzien met uitzicht op downtown Cleveland.
Hier mogen patiënten en bezoekers wat reflecteren en zullen straks ontvangsten gehouden worden voor de vele gasten, die dit ziekenhuis ontvangt. We zien ook de ruimten die de IC gaan vormen.
Er vallen twee zaken op. Ieder bed heeft veel ruimte en er zijn geen boxen. Dat is opvallend, omdat onze microbiologen ons adviseren op onze algemene IC (AIC) alle bedden in boxen te plaatsen om het gevaar van ziekenhuisinfecties te verkleinen. Dat ziet men Cleveland Clinic dus toch anders, al is een thorax IC geen algemene IC met patiënten na buikoperaties met een grotere kans op kolonisatie en besmetting met pathogene micro-organismen.
Dat is zeker aanleiding om nog eens goed naar de plannen te kijken voor de nieuwe, maar tegelijk in het licht van de totale nieuwbouw ook tijdelijke huisvesting van onze eigen AIC. Die middag vliegen we weer terug naar Amsterdam via Washington, waar we zaterdagmorgen om kwart over zeven landen. Onze indrukken zullen we de komende tijd verder uitwerken samen met onze Utrechtse vrienden.” J. Herre Kingma |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||