
Bij het ontbijt lees ik in TC Tubantia over het eerstelijns diagnostisch centrum van de huisartsen. Ze willen - heel begrijpelijk - meer grip op hun diagnostiek. Cees Doelman, hoofd van ons klinisch chemisch laboratorium - reageert een tikje bezorgd. Veel belangrijker vind ik zijn initiatief om onze prikservice uit te breiden. Zo zie je dat een beetje concurrentie goed is voor de kwaliteit.
Om negen uur overleg met Bas Rikken en Frans Wolbers over ons verander-programma STIPT, wat staat voor "slagvaardig, transparant, innovatief, productief en toegewijd". Die veranderingen zijn nodig om het ziekenhuis toekomstbestendig te maken. We moeten permanent werken aan verbetering van kwaliteit en veiligheid en tegelijk middelen vinden voor eigen innovatie. We moeten ons eigen vermogen (€) versterken nu er meer marktwerking komt én we moeten ons voorbereiden op grootschalige nieuwbouw, die we in het nieuwe stelsel uit eigen exploitatie moeten financieren.
Om twaalf uur naar het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM), waar ik deel uit maak van de Commissie van Toezicht. Het onderwerp was: ‘hoe beoordeel je de wetenschappelijke instituten’. Ons ziekenhuis is dat natuurlijk niet , maar de voorzitter van de Gezondheidsraad, prof. André Knottnerus, gaat de Universiteit Twente evalueren vanuit volksgezondheidsoogpunt en wil het MST in die evaluatie betrekken. Tenslotte zijn wij een groot opleidingsinstituut en wordt er veel energie gestoken in het ontwikkelen van moderne behandelingsmethoden.
|