![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
Diabetes mellitus type 2
Diagnostiek De diagnose wordt gesteld op grond van de glucosespiegel. De bepaling van de nuchtere glucosespiegel (na ten minste 8 uur geen caloriegebruik) heeft de voorkeur, daar de uitslag gemakkelijker te interpreteren is. Stress en infectieziekten kunnen de glucosespiegel tijdelijk doen stijgen. De diagnose Diabetes Mellitus (DM) mag pas worden gesteld na bevestiging door een nuchtere bepaling enkele dagen later. Driemaandelijkse controleBij patiënten die worden behandeld met een voedingsadvies of tabletten, dient de nuchtere bloedglucosespiegel te worden bepaald. Bij patiënten die met insuline worden behandeld, is in plaats van de nuchtere waarde de 4-punts glucosedagcurve maatgevend. Bij een instabiele instelling van DM kan desgewenst ook het HbA1c worden bepaald. Risico-inventarisatieIndien er bij een patiënt Diabetes mellitus type 2 is vastgesteld, wordt op korte termijn bepaald: ■ Glucose nuchter ■ glyHb (Geglycosyleerd hemoglobine) Dit is een in het vaatstelsel gevormd reactieproduct van glucose en hemoglobine en weerspiegelt de gemiddelde glucosewaarde gedurende de laatste 6 tot 8 weken. ■ Kreatinine Hiermee kan een indruk van de nierfunctie worden. ■ Lipidenprofiel Op grond van deze uitslagen kan een vetstofwisselingsstoornis worden vastgesteld. Jaarlijkse controleJaarlijks wordt bepaald het nuchter glucose, het HbA1c (of GlyHb), het kreatinine en de albumine/kreatinineratio in een eerste portie ochtendurine bij een leeftijd van < 50 jaar. |
|
||||||||
|
|
|
|||||||||
|
||||||||||