![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
Schildklier
Diagnostiek, de bepaling van TSH (indien afwijkend: vrij T4)Bij het vermoeden van een schildklierstoornis wordt allereerst het thyreoïd stimulerend hormoon (TSH) bepaald. Indien dit afwijkend is, wordt door het laboratorium het vrij-T4 (de hoeveelheid niet-eiwitgebonden thyroxine) bepaald. Soms is het TSH verhoogd of verlaagd, doch zijn de schildklierhormoonspiegels (thyroxine, respectievelijk trijoodthyronine) normaal. Men spreekt in dat geval van subklinische hypo- of hyperthyreoïdie. Dit beeld komt vooral bij de oudere patiënt voor en vraagt om regelmatige controle, omdat de kans bestaat, dat er zich een ‘echte’ hyperthyreoïdie, boezemfibrilleren of hypothyreoïdie ontwikkelt. Controle hyperthyreoïdie (combinatietherapie)De medicamenteuze behandeling van hyperthyreoïdie kan geschieden met de combinatiemethode of de minder makkelijk uit te voeren titratiemethode. De combinatietherapie wordt gecontroleerd aan de hand van de vrij-T4-spiegel. Na stoppen van de therapie wordt de TSH-spiegel bepaald om te zien of er remissie is opgetreden. |
|
||||||||
|
|
|
|||||||||
|
||||||||||