 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
 |
|

Zwangerschapsonderzoek

Tijdens één van uw eerste bezoeken (meestal rond de 12e week) aan de verloskundige, huisarts of gynaecoloog wordt een bloedonderzoek verricht. Het bloed wordt onderzocht op:
· |
de aanwezigheid van een aantal antistoffen |
· |
de aanwezigheid van Hepatitis-B |
· |
de aanwezighed van Lues |
Rhesus D factor De Rhesus D factor is een bepaalde stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Indien u de stof in uw bloed heeft, bent u Rhesus D positief. Heeft u de stof niet dan bent u Rhesus D negatief. Dat is niets bijzonders. Het is een kwestie van erfelijkheid. Zestien procent van de Nederlandse zwangeren is Rhesus D negatief. Een Rhesus D negatieve zwangere heeft echter wel bijzondere aandacht nodig om mogelijk complicaties bij een eventueel Rhesus D positieve baby te voorkomen. Tijdens de zwangerschap is er namelijk een kleine kans dat er een beetje bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans zelfs vrij groot. Komt er nu bloed van een Rhesus D positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus D negatieve moeder, dan kan de moeder afweerstoffen tegen dat bloed gaan maken. Deze zogeheten antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken, waardoor de baby ziek wordt. Daarom wordt rond de 12e week uw Rhesus D factor bepaald.
U bent rhesus D positief
Er gebeurt verder niets
U bent Rhesus D negatief
Uw bloed wordt in week 30 opnieuw onderzocht. Ditmaal op eventuele Rhesusantistoffen. U krijgt vervolgens binnen een week een injectie met anti Rhesus D immunoglobuline. Deze injectie krijgt u alleen als u geen andere kinderen heeft. De injectie zorgt ervoor dat de kans nog kleiner wordt dat uzelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek gaan maken. De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling wordt de Rhesus D factor van uw kind bepaald. Indien uw kind Rhesus D positief is, krijgt u binnen 48 uur (nog) een injectie met anti-Rhesus D immunoglobuline toegediend. Uw lichaam zal nu geen antistoffen maken. Dit is van belang voor een eventuele volgende zwangerschap van een Rhesus D positief kind.
Andere antistoffen / Hepatitis B / Lues Indien er andere antistoffen zijn gevonden wordt met u besproken of ander onderzoek/doorverwijzing nodig is. Indien u drager bent van het Hepatitis B virus volgt voorlichting over hoe besmetting van de omgeving te voorkomen is en eventueel een doorverwijzing naar een arts. Mocht u Lues antistoffen hebben dan is een verwijzing naar een arts noodzakelijk en krijgt u zo spoedig mogelijk antibiotica.
|
|

|
|
|

|
|

|