![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Een operatie aan de lendenwervelkolom |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ø |
Patienten Informatie Map (PIM) |
Ø |
De neurochirurgen |
Ø |
Telefoonnummers polikliniek/afdeling |
Ø |
Postadres. |
Wat is een vernauwing (stenose) van het wervelkanaal?
Ø |
Preoperatieve screening |
Ø |
Oproep voor de operatie |
Ø |
De opname |
Ø |
Ziekenhuisverblijf in het kort |
Ø |
Voorbereiding op de operatie |
Ø |
De operatie |
Na de operatie Dag (0)
Ø |
De uitslaapkamer |
Ø |
Terug op de verpleegafdeling |
Ø |
Pijn |
Ø |
Urineren |
De dag na de operatie Dag (1)
Voorbereiding op ontslag Dag (2)
Ontslag Dag (3)
Ø |
Normale verschijnselen na de operatie |
Ø |
Wanneer een arts bellen? |
Ø |
Algemeen |
Ø |
Liggen |
Ø |
Zitten |
Ø |
Douchen / baden |
Ø |
Tillen |
Ø |
Vervoer |
Ø |
Huishoudelijke activiteiten |
Ø |
Werken |
Ø |
Zwemmen |
Ø |
Sporten |
U bent bij uw neuroloog geweest in verband met uw (rug)klachten. Aangezien er een hernia of vernauwing in uw rug vastgesteld is, bent u doorverwezen naar een van onze neurochirurgen.
Op basis van uw klachten en lichamelijk onderzoek heeft de neurochirurg u geadviseerd een operatie aan de rug te ondergaan. Met uw toestemming bent u op de wachtlijst geplaatst.
Wij laten u zo spoedig mogelijk weten wanneer u behandeld kunt worden.
Om u zo goed mogelijk voor te bereiden op de opname, de operatie en de periode daarna, ontvangt u deze Patiënten Informatie Map (PIM) met informatie over het klinisch pad dat voor u van belang kan zijn. Deze informatie kunt u op elk moment rustig doorlezen. Onder een klinisch pad verstaan wij binnen ons ziekenhuis het totale zorgtraject dat onze patiënt doorloopt, van het eerste contact op de polikliniek tot na de operatie. Zo krijgt u inzicht in wat er gebeurt tijdens deze voor u zo belangrijke periode. Lees de map daarom al vóór opname door. Het is goed u te realiseren dat de omstandigheden voor iedereen anders kunnen zijn. Het kan dus zijn dat er afgeweken wordt van hetgeen u leest. Uw arts bespreekt uw persoonlijke situatie met u en eventueel met uw naaste omgeving.
Deze map bevat informatie over:
Ø |
de periode voor opname; |
Ø |
de opnameperiode; |
Ø |
de periode na de operatie; |
Ø |
de mogelijke complicaties; |
Ø |
het herstel thuis. |
Deze map is uw persoonlijk eigendom. Om zoveel mogelijk profijt te hebben van de PIM, is het belangrijk dat u deze informatiemap bij poliklinische bezoeken en opname in ons ziekenhuis meebrengt.
Gedurende uw behandeling krijgt u veel informatie. U heeft gesprekken met verschillende hulpverleners. Achterin de map is ruimte voor het maken van aantekeningen en voor het opschrijven van vragen.
Is iets niet duidelijk, twijfelt u ergens over of heeft u vragen, dan kunt u bij de desbetreffende hulpverlener van onze afdeling Neurochirurgie terecht. Wanneer er zaken gebeuren die niet voldoen aan uw verwachtingen en die naar uw idee anders of beter kunnen, meld dit dan aan ons. Uw suggesties en opmerkingen bieden ons de mogelijkheid om de zorg beter af te stemmen op de wensen en behoeften van onze patiënten.
* Waar in de Patiënten Informatie Map ‘hij / hem’ staat, kan ook ‘zij / haar’ worden gelezen en andersom.
In ons ziekenhuis werken vijf neurochirurgen, te weten:
Ø |
Dr. S. Boomstra; |
Ø |
Dr. M. J. Driesse |
Ø |
Dr.M.Köchling |
Ø |
Dr.N.Höß. |
Ø |
Drs.M.W.P.M.Lenders |
Telefoonnummers en bezoekadressen (Ziekenhuis Enschede)
Polikliniek 1 Neurochirurgie
Telefoon (053) 487 28 40
Afdeling B4
Telefoon (053) 487 28 74
Postadres afdeling Neurochirurgie:
Medisch Spectrum Twente
Mevrouw / Heer
Afdeling B4, kamer
Postbus 50 000
7500 KA Enschede
Na uw bezoek aan de neurochirurg wordt u door het secretariaat Neurochirurgie verwezen naar de POS (Preoperatieve Screening).
Het doel van deze screening is alle medische gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de ingreep te verzamelen én u te informeren. Het hele programma duurt ongeveer één à twee uur en ziet er als volgt uit:
Ø |
een medewerker van de POS meet uw polsslag, bloeddruk en temperatuur en maakt, afhankelijk van uw leeftijd en gezondheidstoestand, een ECG (hartfilmpje). Ook houdt hij een intakegesprek met u, vult samen met u een vragenlijst in en geeft uitleg over de procedure rondom de operatie en opname. Hij inventariseert ook of u na de operatie verwacht thuis hulp nodig te hebben; |
Ø |
een anesthesioloog onderzoekt uw gezondheidstoestand, informeert u over de anesthesievorm en geeft u instructies voor thuis. Bent u allergisch voor contrastvloeistof of andere stoffen, geef dit dan duidelijk aan. |
Als het nodig is, spreekt de anesthesioloog een aantal aanvullende onderzoeken met u af. Het kan zijn dat hierdoor de operatie langer op zich laat wachten, omdat op uitslagen gewacht moet worden. Zijn er geen bijzonderheden, dan wordt u goedgekeurd voor de operatie en wordt dit gemeld aan Bureau Opname en het secretariaat Neurochirurgie. Deze stellen een datum voor opname vast. Wij raden u aan om uw contactpersoon mee te nemen naar de preklinische screening. De informatie die u hier ontvangt, is ook belangrijk voor uw naaste omgeving.
Wordt u naar ons ziekenhuis overgeplaatst vanuit een ander ziekenhuis, dan vinden voorlichting en eventuele onderzoeken op de dag van opname plaats.
Zodra uw operatiedatum bekend is, krijgt u schriftelijk of telefonisch bericht van het secretariaat Neurochirurgie. Krijgt u in de periode tussen het schriftelijk of telefonisch bericht en de opnamedatum.
Gezondheidsproblemen, zoals een:
Ø |
verkoudheid, |
Ø |
griep |
Ø |
of koortslip |
Neem dan contact op met het secretariaat Neurochirurgie, telefoon (053) 487 28 40. Het kan nodig zijn de operatie uit te stellen.
Tenzij anders met u afgesproken, meldt u zich op de afgesproken dag en het afgesproken tijdstip bij de informatiebalie van de afdeling B4. De secretaresse van de afdeling licht een verpleegkundige in, die de opname verder verzorgt.
Laat waardevolle spullen thuis.
Meestal wordt u op de dag van de operatie opgenomen op de afdeling(B4) Neurochirurgie. Na de ingreep blijft u, afhankelijk van uw herstel en eventuele overplaatsing naar een ander ziekenhuis, drie nachten opgenomen in ons ziekenhuis.
Eenmaal op de afdeling heeft u een opnamegesprek met een verpleegkundige. De gegevens van het al eerder gevoerde gesprek op de POS worden doorgenomen en eventuele wijzigingen worden aangebracht. U krijgt in het kort informatie over de gang van zaken rondom de operatie en het verblijf op de afdeling. U kunt eventuele vragen stellen aan de verpleegkundige over de opname en de ingreep. De informatie die u tijdens de opname ontvangt, is ook belangrijk voor uw naaste omgeving. Het is daarom raadzaam dat iemand bij uw opname aanwezig is, bij voorkeur ook uw contactpersoon (maximaal twee personen).
De verpleegkundige vertelt u hoe laat de ingreep gepland is. Dit tijdstip kan veranderen als er een spoedingreep tussenkomt of een andere ingreep uitloopt. Houdt u hier rekening mee.
De verpleegkundige leidt u rond over de afdeling en laat uw kamer zien. Uw spullen kunt u opbergen in de aangewezen kast.
Neem uw eigen medicijnen mee dit voor controle door de verpleegkundige en anderzijds kan het wezen dat uw medicatie niet meteen op voorraad is.
Om de ingreep goed en veilig te laten verlopen, is een goede voorbereiding belangrijk.
Verwijder nagellak en gebruik geen make-up. De kleur van uw huid geeft de anesthesioloog tijdens de ingreep belangrijke informatie over uw lichamelijke toestand.
Indien nodig onthaart de verpleegkundige het operatiegebied. Ontharing is nodig om de kans op infecties te verkleinen en het behandelgebied schoon te maken.
Sieraden, piercings en protheses moeten worden verwijderd voor de operatie.
U krijgt van de verpleegkundige een operatiehemd aan en eventueel een injectie toegediend om trombose (bloedstolsels) te voorkomen.
De verpleegkundige meet uw bloeddruk, pols en temperatuur.
Acht uur vóór de ingreep moet u nuchter blijven. Dit houdt in dat u niets meer mag eten of drinken.
Voordat u naar de operatiekamer wordt gebracht, is het verstandig om nog even uit te plassen. Als dit door de anesthesioloog met u is afgesproken, krijgt u van de verpleegkundige een medicijn om u te kunnen ontspannen voor de operatie. Hiervan kunt u een slaperig gevoel en een droge mond krijgen. Na een telefoontje van de operatiekamer, waarin zij u oproepen voor de operatie, brengt de verpleegkundige u naar de voorbereidingskamer van het operatiecomplex. Hier ontvangen de anesthesieassistenten u. Van hen krijgt u een infuus, waardoor vocht wordt toegediend.
Tijdens de operatie ligt u in knie-elleboog houding op een speciale operatietafel.
De neurochirurg verlicht het operatiegebied met een hoofdlamp. Om de weefsels in het wervelkanaal goed te kunnen zien, verricht hij de operatie met behulp van een vergrotende loep. Door het vergrote, driedimensionale beeld is het mogelijk zeer nauwkeurig te werken.
Door de spieren van de doornuitsteeksels (zie pagina 4) los te maken en ze opzij te houden, kan de achterzijde van de wervels, en daarmee het wervelkanaal, bereikt worden. Om bij de hernia te komen, moet het wervelkanaal geopend worden. Daarvoor is het meestal nodig om een kleine hoeveelheid van het bot van de achterzijde van het wervelkanaal weg te nemen. In het wervelkanaal wordt de zenuw naar het midden toe weggehouden, waardoor de hernia bereikt wordt. Deze wordt verwijderd, zodat de zenuw weer vrij ligt. Om te voorkomen dat opnieuw een hernia ontstaat, wordt samen met de hernia ook de beschadigde weke kern van de tussenwervelschijf zoveel mogelijk verwijderd. In de holte die daardoor ontstaat, groeit later weer nieuw weefsel, zodat de holte in de tussenwervelschijf weer wordt opgevuld. Meestal verdwijnen de klachten en verbetert de neurologische uitval. In de meeste gevallen gebeurt dit al heel snel, maar het kan ook langer duren, soms een aantal weken.
Om de vernauwing op te heffen, worden, na losmaken van de spieren van de doornuitsteeksels, de wervelbogen of delen daarvan verwijderd. Het kan ook nodig zijn de kleine gewrichtjes (de facetten) geheel of gedeeltelijk mee te nemen.
U wordt wakker op de uitslaapkamer (verkoever). Als alle controles, zoals uw bloeddruk, pols, en bewustzijn goed zijn, haalt de verpleegkundige van de afdeling u op. Zodra u op de afdeling terug bent, belt de verpleegkundige uw contactpersoon.
Ø |
De verpleegkundige controleert de eerste uren regelmatig uw bloeddruk en pols en de drain die eventueel aangebracht is om overtollig bloed en vocht af te voeren. |
Ø |
Ook controleert hij of er voldoende urineproductie is en hoe het gevoel en de kracht in uw benen is. |
Ø |
Merkt u zelf veranderingen wat betreft pijn, misselijkheid en kracht of gevoel in de benen of heeft u twijfels over uw gesteldheid, meldt dit dan aan de verpleegkundige. |
Ø |
Bent u aan het eind van de dag niet meer misselijk, dan krijgt u een kop thee met een beschuit. |
Ø |
U heeft platte bedrust. De verpleegkundige geeft u hier uitleg over en vertelt u hoe u moet draaien in bed. |
Dit houdt het volgende in:
Ø |
Platte bedrust met één kussen (hoofdsteun mag 30° omhoog); |
Ø |
Draaien als een boomstam (heup en schouder tegelijk); |
Ø |
Draaien eerst met hulp van de verpleegkundige, later zelfstandig; |
Ø |
Rug- en zijligging regelmatig afwisselen, nog geen buikligging; |
Ø |
Acht uur na de operatie eventueel op de postoel; |
Ø |
In rugligging mogen de knieën licht gebogen worden, dit kan met behulp van de elektrische bediening. |
Ø |
Door de ongewone manier van liggen en draaien kunt u last krijgen van uw heupen en schouders. |
Ø |
Zodra u niet meer in een ‘gedwongen’ houding hoeft te liggen, gaat dit over. |
Ø |
Vooral de eerste twee dagen kunt u pijn hebben: pijn aan de wond, pijn in de rug en soms een kramperige pijn en tintelingen in uw benen. |
Ø |
U kunt de verpleegkundige om pijnstillers vragen. |
Om pijn te kunnen meten, wordt een zogenoemde ‘pijnscore’ VAS ( Visual Analogue Scale ) score gehanteerd.
Ø |
U kunt aangeven op een schaal van 0 tot 10 hoe hevig de pijn is. Als uitgangspunt geldt hierbij: |
Ø |
Score 0 = geen pijn |
Ø |
Score 10 = ondraaglijke pijn |
Ø |
Het effect van de pijnstilling is op deze manier goed vast te stellen. U kunt de methode als hulpmiddel gebruiken om aan te geven of de pijn minder geworden, erger geworden of gelijk gebleven is. |
geen pijn 0----1----2-----3-----4-----(5)----6----7-----8----9----10 ondraaglijke pijn
Zodra u uit bed komt na de operatie kunt u nog dezelfde pijnklachten hebben als voor de operatie. Deze pijn verdwijnt vanzelf binnen een tot twee weken.
Ø |
De eerste paar dagen na de operatie kunt u moeite hebben met urineren. |
Ø |
Lukt het urineren niet, dan wordt er eenmalig een katheter (dun slangetje) bij u ingebracht om de blaas te legen. |
Ook deze dag controleert de verpleegkundige uw;
Ø |
Pols, temperatuur, wond en urineproductie. |
Ø |
Ook kijkt hij of u misselijk bent en controleert hij het gevoel en de kracht in uw benen. |
Ø |
Heeft u een wonddrain, dan wordt deze vandaag verwijderd. |
Ø |
De lichamelijke verzorging vindt plaats op bed en daarna mag u voor het eerst uit bed. |
De fysiotherapeut komt bij u langs;
Ø |
Informeert naar uw klachten en neemt samen met u onderstaande oefeningen 1 t / m 4 door. |
Ø |
Hij oefent met u het draaien en verplaatsen in bed, het komen tot zit en stand en het aandoen van sokken en schoenen. |
Ø |
Neem in ieder geval stevige schoenen mee naar het ziekenhuis. |
Ø |
U krijgt uitleg over hoe lang en hoe vaak u uit bed mag vandaag (zie schema). |
Ø |
Zitten mag tijdens het eten en drinken op de rand van uw bed (actieve zit!). |
Ø |
Kunt u zonder hulp uit bed komen en zonder hulp lopen, dan mag u zelfstandig naar het toilet. |
Dag |
Uit bed |
Zitten |
Fysiotherapie |
Opmerkingen |
1 |
zes keer (inclusief toiletbezoek ) 5 - 10 minuten per keer |
drie tot zes keer tijdens het eten en drinken 5 - 10 minuten per keer |
oefening 1 t / m 4 |
’s morgens lopen op de kamer, namiddag lopen op de gang (schoenen aan) |
Herhaal elke oefening tien keer, twee à drie keer per dag. Oefen liever meerdere keren korte tijd, dan éénmaal langdurig. Er mag geen pijn of uitstraling in het been ontstaan. Oefen rustig, let goed op uw ademhaling (adem rustig door). |
|
1. Ga liggen op uw rug en strek uw benen. Beweeg afwisselend uw voeten op (optrekken) en neer (wegduwen). |
|
2. Ga liggen op uw rug met gebogen benen en uw voeten op de grond. Beweeg één voor één uw benen naar de borst (zonder hulp van uw handen). |
|
3. Ga liggen op uw rug met gebogen benen en uw voeten op de grond. Beweeg beide knieën tegelijk rustig naar links en naar rechts. Uw schouders en voeten blijven op de grond. |
|
4. Ga liggen op uw rug met gebogen benen, uw voeten op de grond en uw armen langs het lichaam. Til vervolgens uw bekken omhoog, zodat een ‘bruggetje’ ontstaat. |
|
De verpleegkundige controleert uw;
Ø |
Pols, temperatuur en operatiewond en informeert of u ontlasting heeft gehad. |
De fysiotherapeut informeert;
Ø |
Naar uw klachten en breidt de oefentherapie eventueel uit met oefening 5 en 6. |
Ø |
Hij oefent met u om te gaan zitten in een stoel en hieruit op te staan, trap te lopen en iets op te pakken van de vloer. |
Ø |
U krijgt informatie over adviezen voor thuis. Lees deze adviezen vooraf door, zodat u eventuele vragen direct kunt stellen. |
Ø |
Probeer het lopen en zitten over de dag te verspreiden. |
Ø |
Kom bij toenemende pijn en / of uitstraling minder vaak uit bed. |
Ø |
Deze dag voor ontslag heeft u ’s middags een afsluitend gesprek met de verpleegkundige. |
Ø |
Dit gesprek gaat over uw ervaringen tijdens de opnameperiode in ons ziekenhuis. |
Dag |
Uit bed |
Zitten |
Fysiotherapie |
Opmerkingen |
2 |
zes keer ± 10 minuten per keer |
zes keer ± 10 minuten per keer |
oefening 1 t / m 4 en eventueel oefening 5 en 6, looptraining en traplopen |
leefregels / adviezen voor thuis |
5. Ga liggen op uw zij en strek uw benen, waarbij uw bovenliggende heup iets naar voren is gedraaid. Til uw bovenliggende been een klein stukje (horizontaal) op. Wissel linker en rechter been af. |
|
6. Ga achter uw bed staan en maak een lichte kniebuiging. |
|
Als uw herstel naar wens verloopt, mag u vandaag met ontslag. Meestal kunt u ’s ochtends naar huis.
Ø |
U mag vanaf deze dag onder de douche. |
Ø |
De verpleegkundige zal uw wond controleren. |
Ø |
Eventueel afspraak maken voor hechting verwijderen ( bij uw huisarts) |
U krijgt van ons de volgende papieren mee:
Ø |
Een controleafspraak bij uw eigen neurochirurg, op de polikliniek, ongeveer zes tot acht weken na ontslag. |
Ø |
In de meeste gevallen worden patiënten uit een ander ziekenhuis voor de nacontrole in hun eigen ziekenhuis verwacht. Als daarvoor een speciale reden is, vindt ook voor hen de nacontrole in ons ziekenhuis plaats; |
Ø |
Een kaart voor de trombosedienst als u bloedverdunnende medicijnen, zoals acenocoumarol (Sintrommitis) of fenprocoumon (Marcoumar) gebruikt; |
Ø |
Eventueel een afspraak voor bloedonderzoek en / of een longfoto. |
Is het traplopen de vorige dag nog niet gelukt, dan komt de fysiotherapeut dit vandaag nog een keer met u oefenen.
Andere leefregels en adviezen en de verdere opbouw van uw activiteiten vindt u in het hoofdstuk ‘Adviezen voor thuis’
Dag |
Uit bed |
Zitten |
Fysiotherapie |
Opmerkingen |
3 |
lopen opbouwen op geleide van de klachten |
zitten geleidelijk opbouwen naar 15 - 20 minuten per keer, eerste zes weken maximaal 30 minuten per keer |
eventueel traplopen, oefeningen thuis blijven doen |
ontslag |
In dit hoofdstuk vindt u informatie die van belang is voor de eerste periode thuis.
Ø |
Na ontslag uit het ziekenhuis gaan het verdere herstelproces en de revalidatie thuis door. |
Ø |
Van tevoren is moeilijk te zeggen hoe dit proces verloopt. Dit verschilt van persoon tot persoon. Met anderen praten over de operatie kan prettig zijn. |
Ø |
Bedenk daarbij wel dat het herstel bij iedereen weer anders verloopt. |
Ø |
Wanneer u naar aanleiding van dit hoofdstuk nog vragen heeft, kunt u die vóór uw ontslag uit het ziekenhuis bespreken met de neurochirurg, verpleegkundige of fysiotherapeut. |
Ø |
Vragen die u thuis heeft, kunt u bespreken met uw huisarts of met de neurochirurg bij controle op de polikliniek. |
Ø |
De eerste tijd na de operatie kan uw rug en het gebied rondom dik, warm en soms pijnlijk aanvoelen. |
Ø |
Dit kan veroorzaakt worden door de onderhuidse hechtingen, wondvocht of een bloeduitstorting in de buurt van de wond. |
Ø |
Ook is het mogelijk dat de pijn, het dove gevoel of het krachtsverlies in uw been niet meteen na de operatie verdwenen is, dit wordt meestal veroorzaakt door irritatie van de zenuw. |
Ø |
Deze klachten verminderen geleidelijk aan. |
Ø |
In de herstelperiode is het belangrijk om (pijn)signalen van uw lichaam serieus te nemen. |
Ø |
Wanneer u teveel doet, krijgt u klachten! |
Ø |
Als u na een activiteit een felle, scherpe, uitstralende pijn vanuit uw rug naar uw been voelt, betekent dit dat u te veel heeft gedaan en dat u uw activiteit moet aanpassen of stoppen. |
Ø |
Wanneer u een stapje terug doet, verdwijnt de pijn in principe weer. |
Ø |
Uw lichamelijke conditie, leeftijd en eerdere operaties aan uw wervelkolom zijn uiteraard van invloed op uw herstel. |
Ø |
De wond open gaat; |
Ø |
Er pus uit de wond komt; |
Ø |
De wond steeds dikker wordt; |
Ø |
U onhoudbare pijn in uw rug of been krijgt; |
Ø |
Er een toenemend krachtsverlies aan één of beide benen ontstaat; |
Ø |
U niet meer kunt plassen of u ongewild urine of ontlasting verliest; |
Ø |
U koorts krijgt. |
Op werkdagen kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek Neurochirurgie, telefoon (053) 4 87 28 40.
Ø |
Buiten deze uren neemt u contact op met de huisartsenpost. |
Ø |
Indien nodig neemt deze weer contact op met de neurochirurg. |
Ø |
Vertel de medewerker van de huisartsenpost altijd dat u geopereerd bent en hoe lang dit geleden is. |
Hieronder volgen adviezen die belangrijk voor u zijn tijdens de herstelperiode.
Algemeen:
Ø |
Het totale herstel duurt ongeveer drie maanden. In de eerste twee maanden vindt het grootste herstel plaats, dit is dan ook de meest kwetsbare periode voor uw rug. In de herstelperiode is het belangrijk om signalen van uw lichaam serieus te nemen. Pijn in uw rug is een goede graadmeter om te voelen wat u wél kunt en wanneer u te veel vraagt van uw lichaam. |
Ø |
Zorg voor een goed evenwicht tussen wat u van uw lichaam vraagt (belasting) en wat uw lichaam aankan (belastbaarheid). |
Ø |
Is de belasting te hoog, dan kan dit klachten tot gevolg hebben. |
Ø |
Wanneer u de belasting geleidelijk opbouwt, neemt ook uw belastbaarheid geleidelijk toe. |
Ø |
Als u een keer teveel doet, kunt u klachten krijgen. |
Ø |
Pas dan uw belasting aan en probeer het over een paar dagen nog eens. |
Ø |
Door op deze manier uw activiteiten op te bouwen, went uw lichaam weer geleidelijk aan uw normale dagelijkse activiteiten. |
Ø |
Wissel activiteiten, zoals lopen, liggen en zitten regelmatig af. |
Ø |
Voer uw algemene conditie geleidelijk op door regelmatig te wandelen, draag hierbij goede stevige schoenen. |
Ø |
Als u oefeningen doet, let dan goed op uw ademhaling (adem rustig door). |
Ø |
Wordt een oefening pijnlijk, stop dan met deze oefening. |
Ø |
Seks hoeft niet vermeden te worden, vermijd houdingen die niet prettig aanvoelen. |
Liggen:
Ø |
Af en toe rusten (liggen) werkt ontspannend voor uw rug. |
Ø |
Wissel rust en activiteit regelmatig af. |
Ø |
Bouw het rusten op geleide van uw klachten af. |
Ø |
Zorg voor een goede matras, die uw lichaam over de hele lengte steun geeft. Gebruik een kussen dat niet te dik is, alleen hoofd en nek moeten worden gesteund door het kussen. Als u op uw rug ligt, kunt u uw knieën eventueel ondersteunen met een dik kussen. |
Ø |
Ga in en uit bed op de manier die u in het ziekenhuis geleerd is. |
Ø |
Een bed in de kamer is in principe niet nodig, maar kan handig zijn als u kleine kinderen heeft of als u nog moeite heeft met traplopen. |
Zitten:
Ø |
Zitten is belastend voor uw rug. |
Ø |
Een goede zithouding is belangrijk, hou daarom uw rug iets hol en gebruik eventueel een klein kussentje in het holle deel van uw onderrug. |
Ø |
Een goede stoel heeft een hoge rugleuning, die licht achterover helt. |
Ø |
De zithoogte moet zodanig zijn, dat uw voeten plat op de grond staan. |
Ø |
Een tuinstoel met een verstelbare rugleuning voldoet meestal goed. |
Ø |
Blijf in de eerste vier tot zes weken niet langer dan 20 - 30 minuten per keer zitten. |
Ø |
Het is beter om regelmatig korte tijd te zitten, dan in één keer bijvoorbeeld een uur. |
Douchen / baden:
Douchen is geen probleem, baden mag na twee weken (maximaal 30 minuten) en een saunabezoek na vier weken.
Tillen:
Ø |
Beperk in de eerste zes weken tillen, zowel qua gewicht als qua aantal keren. Daarna kunt u het gewicht geleidelijk verhogen en wat vaker tillen. |
Ø |
Pak alleen iets op met steun van bijvoorbeeld een tafel of stevige stoel. Doe dit vanuit de benen, met gestrekte rug. Let op dat u daarbij niet naar voren, zijwaarts of naar achteren reikt. |
Ø |
Een voorwerp ver van uw lichaam oppakken, is belastend voor uw rug. |
Algemene adviezen bij tillen en bukken:
Ø |
Til rustig; |
Ø |
Til met twee handen; |
Ø |
Til de last zo dicht mogelijk bij uw lichaam; |
Ø |
Til niet boven schouderhoogte; |
Ø |
Vermijd een maximaal voorovergebogen houding van uw romp; |
Ø |
Vermijd draaien en zijwaarts buigen van uw romp. |
Vervoer:
Ø |
U kunt de eerste drie weken als passagier mee in de auto, maar probeer dit zoveel mogelijk te beperken. Na drie weken mag u weer zelf achter het stuur. |
Ø |
Ga op de volgende manier in de auto zitten: steun zoveel mogelijk op uw armen en ga recht naar achteren zitten. U zit dan zijwaarts op de autostoel, met uw benen buitenboord. Draai daarna uw romp en benen naar binnen. Leg vooraf eventueel een plastic zak op de zitting om het draaien makkelijker te maken, haal deze weg tijdens het rijden. |
Ø |
Na drie weken kunt u buiten een stukje gaan fietsen, tot die tijd kunt u eventueel gebruik maken van een hometrainer. Let hierbij goed op uw zithouding en gebruik weinig of geen weerstand. |
Ø |
Vermijd reizen met het openbaar vervoer tijdens de eerste zes weken. |
Huishoudelijke activiteiten:
Ø |
U mag de eerste vier tot zes weken geen belastende huishoudelijke activiteiten uitvoeren, zoals stofzuigen, bedden opmaken, dweilen en ramen lappen. |
Ø |
Lichte huishoudelijke activiteiten, zoals stoffen en afwassen, kunnen geleidelijk worden hervat. Let op uw houding en de reactie van uw rug, sta niet te lang in dezelfde houding. |
Ø |
Bij werkzaamheden die u zittend verricht, is het verstandig om na 20 - 30 minuten even rond te lopen. |
Zwemmen:
Ø |
Bent u gewend om te gaan zwemmen, dan kunt u hier na ongeveer twee weken weer rustig mee beginnen. |
Ø |
Bouw het geleidelijk op, let op de reactie van uw rug en pas de inspanning hierop aan. |
Ø |
Rugzwemmen is over het algemeen minder belastend dan borstzwemmen. |
Ø |
Vlinderslag wordt afgeraden. |
Werken:
Ø |
Wanneer u weer aan het werk kunt, hangt sterk af van het soort werk dat u doet. |
Ø |
Tot de eerste controleafspraak op de polikliniek, meestal zes tot acht weken na ontslag, mag u in ieder geval nog geen werk hervatten. |
Ø |
De arts overlegt met u, en eventueel de bedrijfsarts, wanneer en op welke manier u weer kunt beginnen. |
Sporten:
Ø |
Het is belangrijk dat uw basisconditie voldoende op peil is voordat u weer gaat sporten en u uw dagelijkse activiteiten weer zonder problemen kunt uitvoeren. |
Ø |
Dit is natuurlijk ook afhankelijk van de soort sport die u beoefent. |
Ø |
Ook hier geldt, dat u het sporten geleidelijk aan moet opbouwen en dat u steeds goed op de reactie van uw rug moet letten. |
Neem de tijd voor uw herstel en probeer zo bewust mogelijk om te gaan met uw houding en beweging. Uw lichaam en rug zijn immers belangrijk.
Goed “ruggebruik”:
( Instructie materiaal volgt )
Heeft u desondanks nog vragen of problemen waar u tegen aanloopt.


Mail het ons Johan.Wielens@mst.nl.
Patiëntenverenigingen:
Er bestaat een patiëntenvereniging die voor u van belang kan zijn: de Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten (N.V.V.R) ‘De Wervelkolom’. Zo kunt u bijvoorbeeld behoefte hebben aan een gesprek met een lotgenoot over uw beleving en ervaringen. Dit kan een steun zijn bij de verwerking van deze ingrijpende gebeurtenis. Daarnaast heeft u wellicht het advies gekregen om meer te gaan bewegen of sporten. De patiëntenverenigingen richten hun activiteiten speciaal op deze vormen van nazorg. Natuurlijk is ook uw partner bij al deze activiteiten van harte welkom. Ook biedt de N.V.V.R. u de gelegenheid om de inloopspreekuren te bezoeken waar u kunt praten met ervaringsdeskundigen van de Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten "de Wervelkolom". Meer informatie vindt u op de website: www.nvvr.nl
U heeft recht op juiste en volledige informatie. Pas als u voldoende inzicht heeft, kunt u weloverwogen toestemming geven voor een bepaalde behandeling of een bepaald onderzoek. Als iets u niet geheel duidelijk is, vraagt u de verpleegkundige of arts dan om nadere uitleg.
Het team Neurochirurgie wenst u een voorspoedig herstel!
|
|
| Inloggen |
|
|
||||||
| ||||||