![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Wat is AxialifVoor wie is een dergelijke ingreep geschikt? Vastzetten van de onderste twee wervels De transaxiale benadering (Axialif) Voorbereiding voor de operatie InleidingAxialif is een afkorting voor Transaxiale ALIF. Transaxiaal betekent dat de procedure plaatsvindt via een as loodrecht op de tussenwervelschijf. ALIF is een afkorting voor Anterior Lumbar Interbody Fusion (vastzetten van lendenwervels via een benadering van voren uit). Het is een volledig nieuwe benadering voor een vanouds bekende operatie. Een benadering die in vergelijking met de bestaande technieken veel minder ingrijpend is. Er hoeven nauwelijks weefsels te worden beschadigd en ook wordt de normale anatomie van de rug niet veranderd of verstoord. Voor wie is een dergelijke ingreep geschikt?De transaxiale route kan gebruikt worden bij vrijwel alle patiënten bij wie een fixatie van de onderste wervel aan het sacrum (heiligbeen) wordt overwogen. Meestal zijn dit patiënten met rugpijn op basis van een "versleten tussenwervelschijf" (discopathie). In de tekst over rugpijn wordt dit nader uitgelegd. Deze manier van vastzetten kan ook geschikt zijn voor patiënten die problemen hebben aan de kleine gewrichten tussen de wervelbogen, de facetgewrichten. AnatomieDe lendenwervelkolom (lumbale wervelkolom) bestaat uit 5 wervels. Onder de lendenwervelkolom zit het heiligbeen (sacrum). Bij sommige mensen (ongeveer 10%) zijn er variaties. Daarbij kan de 5e lendenwervel met het heiligbeen versmolten zijn (sacralisatie) of er kan juist een losse eerste heiligbeenwervel zijn (lumbalisatie). Deze variaties hebben geen enkele bijzondere betekenis, ze zijn alleen van belang bij het tellen, de oriëntatie en de naamgeving. We kunnen dus tegenkomen: L5/S1 maar ook L4/S1 of L6/S1.
Aan de voorzijde van het heiligbeen bevinden zich geen bijzondere structuren. De grote bloedvaten splitsen zich op boven het niveau van de tussenwervelschijf. Tussen heiligbeen en endeldarm (rectum) bevindt zich een laag vet met een gemiddelde dikte van 1,7 cm. Er is dus een veilig traject om een toegang te maken naar een punt van waaruit het midden van de tussenwervelschijf kan worden benaderd. Door de hoek waaronder het heiligbeen afloopt ligt dit punt ongeveer 2 à 3 cm onder de tussenwervelschijf.
Vastzetten van de onderste twee wervelsHet vastzetten van twee wervels aan elkaar, spondylodese genoemd, kan op ieder niveau en met ieder aantal wervels in de hele wervelkolom plaatsvinden, dus van achterhoofd tot stuitje. De meest voorkomende niveaus zijn de nekwervels en de wervels onder in de rug, de lumbale wervels. Het onderste segment waar nog een tussenwervelschijf zit is meestal we het niveau L5/S1 of het lumbosacrale segment. Om de vijfde wervel aan het heiligbeen (sacrum) vast te zetten waren er tot nu toe in principe drie technieken beschikbaar: Van voren uit. Hierbij wordt via de buik achter het buikvlies langs een toegang gemaakt naar de voorkant of voorzijkant van de wervelkolom. Via deze benadering wordt de tussenwervelschijf er zo goed mogelijk uitgehaald en vervolgens wordt de ruimte opgevuld met bot of een cage (kooitje) gevuld met bot. Deze cage kan gemaakt zijn van titanium, koolstof of een speciale kunststof (PEEK). Er kunnen al dan niet schroeven aan te pas komen. Het is de bedoeling dat hierdoor de wervels aan elkaar vastgroeien, een proces dat 2 tot 3 maanden in beslag neemt. Van achteren uit. Bij deze operatie kunnen schroeven worden ingebracht in de boogvoetjes van de wervel en het heiligbeen, waarna vervolgens de schroeven met staven worden verbonden. Meestal wordt ook wat bot langs de wervelbogen gelegd om de aangroei te bevorderen. Langs deze achterste benadering is het ook mogelijk om de tussenwervelschijf te verwijderen (zoals bij een herniaoperatie) waarna de ruimte kan worden opgevuld met cages en/of bot. Er zijn vele systemen voor deze operatie op de markt. Ze doen nauwelijks voor elkaar onder en het hangt meer van de voorkeur van de operateur af welk systeem gebruikt wordt gecombineerde benadering. Sommige operateurs geven de voorkeur aan het vastzetten van de wervels zowel van voren als van achteren (de circumferente of 360° spondylodese). Het is natuurlijk de meest zekere methode om het doel te bereiken, maar wel een behoorlijk grote en langdurige ingreep. De transaxiale benadering (Axialif)De transaxiale benadering is een route die tot voor kort voor geen enkele ingreep gebruikt werd. De bekendheid met de plaatselijke anatomie is dan ook niet groot. In de meeste gewone anatomie atlassen wordt de anatomie vóór het heiligbeen nauwelijks beschreven. Inmiddels is bekend dat er een veilig route is met een breedte van ongeveer 2,5 cm tot iets onder de tussenwervelschijf, mits een nauw contact met het heiligbeen wordt behouden. De ingang is een snee van ongeveer 3 cm over het staartbeentje. De beste plaats wordt onder doorlichting bepaald. Feitelijk gaat men daarna naast het staartbeentje naar binnen. Na het perforeren van de spierfascie die hier aanhecht komt men al direct in de ruimte voor het heiligbeen. Dan wordt onder doorlichting eerst een stomp instrument langs het bot omhoog gebracht tot een positie die zich ongeveer midden onder de tussenwervelruimte bevindt en liefst loodrecht daarop (zie animatie 1). Afhankelijk van de anatomie lukt dit niet altijd even goed. Sommige mensen hebben een erg steil of juist sterk gekromd staartbeen. Wanneer onder doorlichting in twee richtingen blijkt dat de route goed is, wordt een scherpe pen van ongeveer 3 mm dikte omhoog geslagen tot in de tussenwervelschijf. Als deze goed zit is de route bepaald en kan er wat dat betreft niets meer veranderen. Over deze pen heen worden verwijdingbuizen geschoven met een stompe punt, zodat een 10mm werkkanaal in het heiligbeen kan worden ingebracht. Hierdoor wordt een gat geboord tot aan de tussenwervelschijf. Er is nu een toegang, via welke de tussenwervelruimte kan worden leeggeruimd. Dit gebeurt met een soort metalen lusjes van diverse afmetingen en staalborsteltjes (zie animatie 2). Het is van belang dat de tussenwervelschijf goed van het bovenste goede wervellichaam wordt gekrabd om de botaangroei mogelijk te maken. Wanneer dat zo goed mogelijk gebeurd is en er geen materiaal meer terug komt, wordt de ruimte opgevuld met een substantie die de aangroei van de twee wervels aan elkaar mogelijk maakt (zie animatie 3). Dit is vaak een product dat gemaakt is van bot en dat vermengd wordt met eigen beenmerg. Daarna wordt een gat tot halverwege de vijfde lendenwervel geboord (zie animatie 4). Na het meten van de gewenste schroeflengte moet nu het werkkanaal worden gewisseld om de dikkere schroef te kunnen plaatsen. Als dat gebeurd is kan de schroef worden ingebracht. Deze schroef heeft de bijzondere eigenschap dat de spoel (aantal windingen) van de twee helften niet helemaal gelijk is. Dat heeft tot gevolg dat bij het indraaien de twee wervels iets uit elkaar worden geduwd (distractie), waardoor de uittredende zenuwen iets meer ruimte krijgen. Dit is overigens niet altijd nodig. De hele procedure duurt niet veel langer een uur. Na afloop resteert slechts een klein wondje dat inwendig wordt gehecht. Video animatie
Voorbereiding voor de operatieHet is voor patiënten prettig als vóór de operatie de darm wordt leeg gemaakt. Om de operatie te vergemakkelijken is dit niet strikt nodig, maar daarna heeft men er wel wat gemak van. Verder is er geen bijzondere voorbereiding nodig. Na de operatieNa de operatie kunnen de patiënten snel uit bed en naar huis. Pijnklachten vallen erg mee en lijken het meest op die na een schop onder het achterste. Omdat het allemaal zo snel gaat vergeet men wel eens dat het toch wel degelijk om een echte vastzet - operatie gaat, en dat het belangrijk is daar terdege rekening mee te houden. Dus zeker de eerste tijd geen sport, niet tillen, niet belasten en bukken vermijden. Bij de eerste controle wordt een foto gemaakt die eventueel al wat aangroei kan laten
Risico'sDe operatie kent weinig risico's. Zeker voor een zo nieuwe ingreep is het aantal complicaties zoals dat wereldwijd is opgetreden zeer laag te noemen. Mogelijke complicaties zijn:Bloeding. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat het uit een gescheurd bloedvaatje of uit het bot (vooral wanneer de schroef wat verzonken is) gaat bloeden. Dit is in de regel een onschuldige complicatie die geen specifieke behandeling behoeft. Darmperforatie. Dit is natuurlijk een ernstige complicatie. Wereldwijd is dit op bijna 2000 operaties minder dan 10 keer opgetreden en in de meeste gevallen was het te wijten aan een onvoldoende technische beheersing van de operatie of ongunstige patiënten selectie. Niettemin is het een reëel risico waar patiënten van op de hoogte dienen te zijn. Infectie. Een risico dat voor iedere operatie geldt. Het risico is laag op grond van de grote afstand van het eigenlijke operatiegebied tot de buitenwereld en de afscherming daarvan. Materiaalproblemen. Overal waar gewerkt wordt met implantaten kan er iets gebeuren als los gaan zitten, breken, verschuiven enz. Ook kan het doel van de operatie (vastgroeien) natuurlijk niet bereikt worden, iets wat met de andere technieken ook nu en dan voorkomt. Eventueel kan de wervel L5 iets over de schroef inzakken, maar dat hoeft geen klachten te geven. Over het algemeen zijn eventuele complicaties goed te behandelen. Als het echt moet kan de schroef weer verwijderd worden en daarnaast is het altijd nog mogelijk schroeven van achteren toe te voegen als de ene schroef onvoldoende mocht blijken te zijn. Deze tekst is afkomstig van www.axialif.info |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||