![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||
|
|
Wanneer is donatie mogelijk
Een belangrijk verschil tussen donatie van organen en van weefsels heeft te maken met de aanwezigheid van zuurstof. Organen hebben constant zuurstofrijk bloed nodig om geschikt te blijven voor transplantatie. Daarom wordt bij orgaandonatie de overleden donor kunstmatig beademd, opdat het bloed blijft circuleren. De donor is hersendood. Orgaandonatie is dus vaak alleen mogelijk als iemand is overleden in een ziekenhuis. Bij een hartstilstand stopt de bloedsomloop en wordt geen zuurstofrijk bloed meer aangevoerd. Toch is dan in sommige gevallen nog wel nier- of leverdonatie mogelijk. De patiënt is niet hersendood maar de bloedsomloop is definitief gestopt. Dit wordt een non-heartbeating donatie genoemd. Bij weefseldonatie is zuurstofrijk bloed niet belangrijk. Donatie van weefsels kan daarom bijna altijd, ook als iemand thuis overlijdt. Over hersendoodHersenen hebben constant zuurstofrijk bloed nodig. Als de hersenen - bij een normale lichaamstemperatuur en zonder beïnvloeding van medicijnen - langer dan een paar minuten geen zuurstofrijk bloed krijgen, zijn ze totaal beschadigd. Hierdoor vallen alle hersenfuncties voor altijd uit. Zelfs met kunstmatige beademing en medicijnen kan het bloed de hersenen niet meer bereiken. Het blijven behandelen is dan zinloos. De hersendode persoon is overleden. Iemand is hersendood wanneer er sprake is van onherstelbaar en volledig functieverlies van de hersenen en de hersenstam inclusief het verlengde merg. De persoon kan niet meer zelfstandig ademhalen. Alle hersenfuncties zijn uitgevallen en het lichaam kan de bloeddruk en temperatuur niet meer regelen. Hersendood wordt alleen vastgesteld bij een dodelijk hersenletsel. De oorzaak daarvan moet bekend zijn en niet behandelbaar. Bijvoorbeeld als gevolg van een hersenbloeding, een (verkeers)ongeval of een primaire hersentumor. Donororganen hebben zuurstofrijk bloed nodig. Daarom krijgt de hersendode donor kunstmatige beademing totdat de organen worden uitgenomen op de operatietafel. Het in standhouden van de bloedcirculatie is uitsluitend mogelijk, wanneer iemand overlijdt op de Intensive Care afdeling (IC) van een ziekenhuis. Hoe lang de kunstmatige beademing duurt, hangt af van het moment waarop het uitnameteam kan beginnen met de operatie. Door de kunstmatige beademing ziet de hersendode donor er niet dood uit. Hij lijkt te slapen, heeft een normale huidkleur en voelt nog warm aan. Op de monitor is de hartslag te zien. Toch is hij overleden. HersendoodprotocolIn Nederland wordt bij de vaststelling van de hersendood van een mogelijke donor gewerkt volgens het Hersendoodprotocol. Hierin staat stapsgewijs beschreven welke onderzoeken artsen moeten uitvoeren om de hersendood vast te stellen. Deze artsen zijn niet betrokken bij de uitname en transplantatie van organen. De Gezondheidsraad heeft het protocol in 1996 opgesteld volgens de laatste stand van de medische wetenschap. Het protocol heeft een wettelijke basis. Dit betekent dat het onderzoek voor het vaststellen van hersendood in alle ziekenhuizen op dezelfde zorgvuldige manier moet worden uitgevoerd. De behandelende arts(en) en/of specialisten (neuroloog of neurochirurg) stelt de hersendood vast wanneer uit onderzoek blijkt dat:
Met een Elektro-encefalogram (EEG) wordt een registratie van de elektrische activiteit van de hersenen gemaakt. Wanneer het EEG 'vlak' is en alleen een rechte lijn vertoont, is aangetoond dat elke elektrische activiteit in de hersenschors afwezig is. Bij de apneutest wordt de beademingsmachine losgekoppeld om te kijken of de ademhaling spontaan komt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van koolzuurmetingen in het bloed. Wanneer een EEG niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij een verbrijzelde schedel) of als blijkt dat de apneutest niet goed uitvoerbaar is, wordt een angiogram gedaan. Dat is een onderzoek van de bloedvaten, waarbij de arts na inspuiting van een contrastvloeistof kan vaststellen of er nog sprake is van bloeddoorstroming in de hersenen. Het moment waarop de hersendood wordt vastgesteld, is het officiële tijdstip van overlijden. Deze definitieve diagnose kan dus pas worden gesteld nadat alle voorgeschreven onderzoeken zijn uitgevoerd. Deze moeten hebben aangetoond dat er sprake is van onherstelbaar en volledig functieverlies van de hersenen en de hersenstam. ComaBij coma, ook wel schijndood genoemd, is nog wel sprake van elektrische activiteit in de hersenen. De hersenen oefenen nog enige functies uit. Een blijvend coma is een toestand waarbij het deel van de hersenstam waar het bewustzijnscentrum zit, ernstig en vaak onherstelbaar beschadigd is. Andere delen van de hersenstam en de hersenschors kunnen nog redelijk intact zijn. Er bestaat nog een waak- en/of slaapritme. Maar het is niet meer mogelijk echt contact met de patiënt te krijgen. Deze situatie kan in uitzonderlijke gevallen jaren voortduren. Verwarring met hersendood is uitgesloten. Bij hersendood is er namelijk geen enkele elektrische activiteit van de hersenen. OrgaandonatieVoor donatie van organen is een intacte bloedcirculatie bijna altijd vereist. Daarom is orgaandonatie alleen mogelijk als de donor overleden is op de Intensive Care-afdeling (IC) van een ziekenhuis. De donor is hersendood en blijft kunstmatig beademd tot het moment van donatie. Na donatie zijn organen beperkt "houdbaar". De ontvanger moet onmiddellijk na het beschikbaar komen van de organen worden geselecteerd. Alleen bij non-heartbeating donatie is een intacte bloedcirculatie niet noodzakelijk. Non-heartbeating donatieVoor orgaandonatie is de aanwezigheid van zuurstofrijk bloed in de organen belangrijk. Bij een hartstilstand stopt de bloedsomloop en wordt geen zuurstofrijk bloed meer aangevoerd. Toch is dan in sommige gevallen nog wel nier- of leverdonatie mogelijk. De patiënt is niet hersendood maar de bloedsomloop is definitief gestopt. Dit wordt een non-heartbeating donatie genoemd. Bij non-heartbeating donatie van nieren worden deze organen uiterlijk binnen 20 minuten na overlijden in het lichaam alvast doorspoeld met een vloeistof. Deze vloeistof wordt in de lies ingebracht via slangetjes (katheters). Volgens de Wet op orgaandonatie is deze handeling toegestaan nog voordat bekend is of er toestemming voor donatie is. Het kan dus voorkomen dat de katheters al zijn ingebracht en de nieren al doorspoeld zijn, voordat er overleg over donatie is geweest met de nabestaanden. Sinds 2002 heeft in Nederland al een aantal keren een levertransplantatie plaatsgevonden van een donor die overleden is aan een hartstilstand. Bij non-heartbeating donatie van de lever is het wel een vereiste dat de uitname-operatie onmiddellijk na het overlijden kan plaatsvinden. WeefseldonatieDonatie van 1 of meer weefsels is in principe altijd mogelijk. Het maakt daarbij niet uit of de persoon thuis of in het ziekenhuis overlijdt. Weefseldonatie is ook mogelijk na orgaandonatie. Dankzij speciale orgaanbanken kunnen weefsels enkele weken tot meerdere jaren bewaard blijven. Tot maximaal 24 uur na de dood kan het weefsel worden afgenomen. Wanneer weefsels worden gedoneerd, wordt dit altijd gedaan in het ziekenhuis of het mortuarium. |
|
||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
||||||||||||