![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Het netvlies
Het netvlies (retina) is de binnenste van de drie lagen. Het netvlies is een dunne, doorzichtig membraan. Nadat het licht door het hoornvlies naar binnen is gevallen gaat het door de pupil, de lens en de glasvochtruimte. Uiteindelijk komt het licht terecht op het netvlies. In het netvlies zitten staafjes (voor het zien bij schemering) en kegeltjes (voor het zien van kleuren). Dit zijn cellen die de lichtprikkel omzetten in een elektrische prikkel. Deze prikkels worden via de oogzenuw naar de hersenen geleid en daar omgezet in een beeld. Wanneer u het oog zou vergelijken met een fototoestel, dan vormen het hoornvlies en de lens het lenzenstelsel van de camera. De iris is te vergelijken met de sluiteropening (het diafragma) en het netvlies zou de film zijn.
Er zijn drie verschillende soorten kegeltjes voor de kleuren blauw, groen en rood. De belangrijkste onderdelen van het netvlies zijn de gele vlek (macula lutea) in het midden van het netvlies en de papil (blinde vlek) die daar 15 graden neuswaards van ligt. De gele vlek is de plaats, waarmee het scherpst gezien kan worden. De blinde vlek is de plaats waar de gezichtszenuw (nervus opticus) het oog verlaat. Hier ontbreken lichtgevoelige cellen. Het is daarom een plek met absolute gezichtsvelduitval. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||