![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||
|
|
De totale heupprotheseDe operatieDoor onze orthopedisch chirurgen worden twee benaderingen gebruikt om het heupgewricht te bereiken de “voorste” en de “achterste” benadering. Bij de voorste benadering ligt de patiënt op zijn rug, bij de achterste benadering ligt de patiënt op zijn zij. Op de foto’s op deze pagina wordt de achterste benadering toegepast.
Het heupgewricht is geopend en de heupkop is uit de heupkom gedraaid.
De dijbeenhals is doorgezaagd en de heupkop is verwijderd.
Met een reamer (= bolfrees) wordt de heupkom voorbereid waarbij het doel is een goed doorbloed botbed te verkrijgen. Er bestaan heupprothesen die met en die zonder cement geplaatst worden. Deze keuze is met name een persoonlijke voorkeur van de betreffende operateur. Op de langere termijn zijn geen duidelijke verschillen aangetoond tussen de “levensduur” van beide typen prothesen. Binnen onze kliniek bestaat de voorkeur om bij jongere patiënten een prothese zonder cement te plaatsen.
Hier wordt een heupkom getoond die met cement geplaatst wordt.
De heupkom is in de juiste stand geplaatst.
Deze heupsteel wordt zonder cement geplaatst.
De steel is in de schacht van het dijbeen geplaatst en een metalen kop is op de steel geplaatst. Vervolgens wordt de kop in de kom gedraaid. Tijdens de operatie wordt gepast met verschillende “neklengtes” van het kopje. Het kopje waarbij de heupkop het meest stabiel in de kom zit wordt uiteindelijk gekozen. Het kan voorkomen dat na de operatie blijkt dat het been toch iets langer is geworden. Dit kan worden opgevangen door in de schoen aan de andere zijde een lichte verhoging te plaatsen.
Een röntgenfoto van een patiënt die aan beide zijden een ongecementeerde totale heupprothese heeft. |
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||