|
|
 |
|

Als het hart ineens stopt met kloppen
OLDENZAAL - Na een onnatuurlijk warme dag is het maandagavond verstikkend warm in het clubgebouw van Quick'20. Je zou er een flauwte van krijgen. Maar mocht dat iemand overkomen, dan staan de goed geïnstrueerde hulptroepen klaar. Alle gekheid op een stokje: het betreft hier een bloedserieuze kwestie. En zo werd het ook opgevat door de eerste groep van de liefst 65 Quick-leden die uitgebreid leren hoe om te gaan met de AED, oftewel de Automatische Externe Defibrillator. Een apparaat dat oogt als een kinderspeeltje, maar bij adequaat gebruik levensreddend werk verzet.
Na onder meer Quick Tennis, alle Carmelcollege-locaties en hotel 't Landhuis ligt het tweeduizend euro kostende rood-gele kastje, nu ook achter de bar in de Quick-kantine. "Hallo meneer", spreekt Leon Scholten, verzorger van het B1-elftal, tot de pop op de grond. Hij schudt aan de schouders. Met zijn oor boven het gezicht controleert hij de ademhaling en constateert dat de man in nood verkeert. Doelman van het eerste elftal Jeroen de Römph staat erbij. "Wil je meteen 112 bellen, zeggen dat er een reanimatie is en gelijk de AED meenemen. Die ligt achter de bar", sommeert Leon hem. Met twee handen over elkaar pompt hij zich vervolgens dertig tellen in het zweet. Dan geeft hij twee beademingen, de kin van het slachtoffer naar achteren duwend. De tong kan dan de luchtpijp niet afsluiten, heeft hij geleerd. Het apparaatje is inmiddels gehaald en de elektroden worden op de borst bevestigd. "Druk op de knipperende schokknop", meldt een stem in de recorder. De poppatiënt met de mooie naam 'Little Anne' krijgt een schok. "Ga door, gedurende een minuut", ordert de stem.
Het apparaat analyseert na de volgende massagebeurt de hartslag. "Ga door voor 45 seconden". En dan: "Raak de patiënt niet aan. Geen schok geadviseerd." Leon spreidt zijn armen. Zijn vermoeiende werk zit erop. "Gemakkelijk, hé", zegt instructeur Hans Brinks naderhand. "Het is inderdaad veel eenvoudiger geworden", meent Scholten. "Maar ik hoop dat ik nooit de kans krijg het in praktijk te brengen. Toch kan iedereen zomaar ineens slachtoffer worden. Een speler in het veld, maar ook iemand langs de kant die de spanning teveel wordt. Het kan iemands vader zijn die je moet helpen, of iemands broer. Je voelt je verplicht meteen in te springen." "Ik vind dat iederéén zou moeten worden verplicht het te leren", is de mening van Brigitte Siemerink, speelster van het eerste dameselftal. Zij en haar teamgenote Evelien van Zutphen waren maandag de enige vrouwelijke cursisten.
Beiden volgden via hun werk al de opleidingen Eerste Hulp en BHV'er. "Ze zouden eigenlijk al op de basisschool met de opleiding moeten beginnen", meent Evelien. Hans Brinks, René Davina en Rolf van Urk zijn geregistreerd instructeur bij de Nederlandse Reanimatie Raad, en leiden de drie avonden voor de trainers, verzorgers, spelers en leiders bij Quick. De drie zijn in het dagelijks leven collega's anesthesisten. Hun leerlingen bij Quick brengen na een theoretisch deel van de avond hun kennis op drie plekken in het clubgebouw in praktijk. Ze oefenen de hartmassage, ook met masker, ze leren hoe ze een slachtoffer in de stabiele zijligging moeten leggen en, hoofdmoot van de avond, hoe het op een cassetterecordertje voor kinderen gelijkend toestel bij een hartstilstand van levensreddende dienst kan zijn. "De AED is helemaal in opmars", weet Hans Brinks.
Vorig jaar zijn de richtlijnen voor reanimatie wereldwijd veranderd. Ze zijn simpeler gemaakt en blijven tot 2010 gelden. "Het blijft, ondanks het apparaat, zaak te reanimeren en te beademen. Want als je geen zuurstof inblaast en niet het hart op gang probeert te houden, dan heb je er nog niets aan." Er schieten maandagavond aldus heel wat zweetdruppels in het rond eer de certificaten verdiend zijn. Maar sporters hebben een goede conditie en niemand lijkt met de te leveren inspanningen echt moeite te hebben. Ook Bob Heinink, speler van de hoofdmacht van Quick'20, niet: "Wat kost dit nou voor een moeite? Je offert je slechts een avondje drie uurtjes op." Leon Scholten: "Ik zie het als een investering in het leven van anderen, maar ook in dat van mezelf." Voetbalsters: 'Eigenlijk zou iedereen moeten worden verplicht dit te leren. Op de basisschool zouden ze al moeten beginnen met de opleiding.
Met dank aan de Twentse Courant Tubantia
Foto’s appartement »
|
|

|
Heeft u een opmerking of wilt u uw mening kwijt? Meld dit op ons prikbord. |
|
 |
|
|