![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Behandeling van ritmestoornissen in het Thoraxcentrum van het MSTMaak kennis met de afdeling Elektrofysiologie! De afdeling elektrofysiologie houdt zich bezig met de behandeling van stoornissen in het hartritme. Normaal hartritme Het normale hartritme (ook sinusritme genoemd), is het gevolg van een elektrische prikkel die ontstaat hoog in de rechter boezem. Vandaar verspreidt de prikkel zich over de boezems en daarna over de kamers van het hart. Dit ritme is regelmatig en afhankelijk van het inspanningsniveau. Een te traag hartritme Komt met name voor op oudere leeftijd. Soms is de geleiding van de elektrische prikkels van de boezems naar de kamers van het hart vertraagd; in die gevallen wordt er vaker een pacemaker ingebracht. In het MST worden jaarlijks ca 300 pacemakers geïmplanteerd. Meer informatie via uw arts of via de brochures van de hartstichting. Op deze site vindt u onder het kopje professionals en PIMs gedetailleerde informatie over een pacemakerimplantatie. Een te snel hartritme De meeste aanvalsgewijze snelle hartritmes (hartritmestoornissen) zijn gelukkig onschuldig, maar kunnen veel last veroorzaken. Vele van deze hartritmestoornissen lenen zich goed voor elektrofysiologisch onderzoek en ablatie (zie hieronder). Levensbedreigende hartritmestoornissen Bij patiënten met slecht pompende harten of zeldzame erfelijke afwijkingen kunnen levensbedreigende hartritmestoornissen optreden. In die gevallen kan uw cardioloog besluiten dat het noodzakelijk is een ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator) te laten implanteren. Een ICD is een apparaat (lijkend op een grote Pacemaker) dat in het geval van een levensbedreigende ritmestoornis door middel van een inwendige shock deze kan beëindigen . In sommige gevallen (helaas niet alle) kan een speciale ICD door te stimuleren op 2 plekken in het hart de pompkracht van het hart verbeteren. In het MST worden jaarlijks 300 ICDs geïmplanteerd. Meer informatie via uw cardioloog, via de folder van de Hartstichting of op deze website onder het kopje professionals, PIMs, informatie ICD implantatie. Elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en catheterablatie
In het MST zijn 3 cardiologen (J. van Opstal, MF Scholten en YJ Stevenhagen) werkzaam die gespecialiseerd zijn in de behandeling van ritmestoornissen. Samen met een team van gespecialiseerde medewerkers (zie foto) voeren zij de onderzoeken en ablaties uit. Voor het jaar 2012 wordt verwacht dat er 550 ablaties zullen worden uitgevoerd. Tijdens een EFO zullen via de lies, uiteraard na plaatselijke verdoving, een aantal dunne slangetjes (catheters) opgevoerd worden tot in het hart. Bij enkele ritmestoornissen zal vervolgens getracht worden de ritmestoornis op te wekken, meestal door op bepaalde plekken in het hart het hartritme te versnellen (stimuleren).
Ritmestoornissen die worden opgewekt kunnen overigens ook meteen weer worden gestopt. Als de aard van de ritmestoornis achterhaald is kan worden bepaald of ze geschikt is voor ablatie (zie onder).
Catheter Ablatie Wanner de oorzaak van uw hartritmestoornis is gevonden (of indien dit al duidelijk was op grond van het hartfilmpje) kan besloten worden deze te behandelen door middel van ablatie. Bij deze behandeling wordt de tip van de catheter verwarmd (tot ca 50 graden door middel van wisselstroom) , of afgekoeld tot -70 graden (de zogenaamde cryo-ablatie). Hierdoor ontstaat een littekentje in het hart. Een of meer littekens worden gemaakt op de plaats waar de ritmestoornis vandaan komt of waar de elektrische prikkels (die de hartritmestoornis veroorzaken) moeten passeren om de ritmestoornis in stand te houden. De meeste ablaties veroorzaken geen of weinig pijn. Er bestaan vele soorten ritmestoornissen. De kans op genezing door middel van ablatie varieert per ritmestoornis tussen de 50% en 95%
Dit is de meest voorkomende ritmestoornis en wordt gekenmerkt door een onregelmatig hartritme. De oorzaak is gelegen in de linker boezem. Soms is vanwege de kans op stolselvorming antistolling nodig. De behandeling ter voorkoming van deze ritmestoornis begint meestal met medicijnen. In toenemende mate komen patiënten in aanmerking voor een ablatiebehandeling. Dit geldt met name voor patiënten die deze ritmestoornis in aanvallen hebben. De behandeling richt zich op de plekken waar de longaders uitkomen in de linker boezem. Dit zijn de gebieden waar abnormale prikkelvorming aanleiding geeft tot het ontstaan van boezemfibrilleren. Tijdens de ablatie worden deze gebieden elektrisch geïsoleerd van de linker boezem. Als deze ablatie met warmte wordt gedaan gebeurd dit onder algehele narcose. Naast de “ traditionele” ablatie door middel van warmte, wordt deze tegenwoordig ook uitgevoerd door de vriesmethode (cryo-ablatie). Uw cardioloog zal u meer uitleg geven. Naast de bovenbeschreven methode van ablatie bestaat in het MST ook de mogelijkheid om de longaders te isoleren door de hartchirurgen (R. Spreekenbrink en R. Storm van Leeuwen) . Via kleine openingen aan de zijkant van de borst worden een kijkinstrument (de scoop) en ablatie-instrumenten ingebracht en worden de longaders elektrisch geïsoleerd van de linker boezem. (VATS-PVI methode) Welke methode voor u het beste is wordt op de polikliniek van te voren besproken |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||