![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Behandeling van ritmestoornissen in het Thoraxcentrum van het MSTNormaal Hartritme Het normale hartritme (ook sinusritme genoemd), is het gevolg van een elektrische prikkel die ontstaat in de rechter boezem. Vandaar verspreidt de prikkel zich over de boezems en daarna de kamers van het hart. Dit ritme is regelmatig en afhankelijk van het inspanningsniveau. (Hart)ritmestoornis: Afwijkingen van het normale ritme. Er bestaan verschillende hartritmestoornissen, vele daarvan zijn niet gevaarlijk, maar kunnen wel degelijk lastig zijn. Behandeling is niet altijd nodig, vele zijn echter goed te behandelen. Traag hartritme Komt vaker voor op oudere leeftijd. Soms is de geleiding van de elektrische prikkels van de boezem naar de kamers van het hart vertraagd; in die gevallen wordt vaak een pacemaker ingebracht. In het MST zijn in 2007 300 pacemakers geïmplanteerd. Meer informatie via uw arts of via de brochures van de Hartstichting. Op deze site vindt u onder het kopje professionals en PIMs gedetailleerde informatie over een pacemakerimplantatie Snel hartritme De meeste aanvalsgewijze snelle hartritmes zijn ongevaarlijk, maar u kunt er veel last van hebben. Bij patiënten met slechte pompende harten of (zeldzaam) patiënten met een speciale erfelijke afwijking kunnen levensbedreigende hartritmestoornissen optreden, in dat geval kan in overleg met uw cardioloog besloten worden dat het noodzakelijk is een ICD te implanteren. Een ICD is een apparaat (lijkend op een pacemaker maar dan wat groter) die in het geval van levensbedreigende ritmestoornissen een inwendige shock kan geven. Meer informatie via uw cardioloog, via folder van de Hartstichting of op deze website onder het kopje professionals, PIMs informatie ICD implantatie. In het MST worden jaarlijks tussen de 250 en 300 van deze ICDs geïmplanteerd. Elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en catheter ablatie.
Vlnr. R.Pilage, H.Snijder, R. de Jong, MF Scholten, YJ Stevenhagen, hurkend: B van Rennes In het MST zijn twee cardiologen werkzaam (M.F. Scholten en Y.J. Stevenhagen) die gespecialiseerd zijn in de behandeling van ritmestoornissen. Hun functie wordt ook wel ritmoloog of elektrofysioloog genoemd. Indien uw cardioloog bij u sterke verdenking heeft op een ritmestoornis of liefst die heeft vastgelegd op een hartfilmpje (ECG) kan u verwezen worden voor EFO en eventuele ablatie. Bij een EFO zullen zij via de lies, na plaatselijke verdoving, een aantal dunne slangetjes (catheters) opvoeren tot in het hart en daar op bepaalde plekken het hart te stimuleren (iets opjagen).
Op andere plekken wordt dan de reactie gemeten. Vaak wordt de ritmestoornis hiermee opgewekt. Als de ritmestoornis wordt opgewekt kan de oorzaak achterhaald worden. Ritmestoornissen die opgewekt kunnen worden kunnen ook direct weer worden gestopt. Dan kan bepaald worden of uw ritmestoornis geschikt is om met ablatie (zie onder) behandeld kan worden.
Catheter Ablatie Wanneer de oorzaak van uw hartritmestoornis is gevonden (of indien dat al duidelijk was op het hartfilmpje) kan besloten worden deze ritmestoornis te behandelen met catheter ablatie. Bij deze behandeling wordt de tip van een speciale catheter verwarmd (tot 50-60 graden Celsius, dmv wisselstroom), met het vormen van een littekentje in het hartspierweefsel tot gevolg. Een of meer littekens worden gemaakt op de plaats waar de ritmestoornis vandaan komt of waar de elektrische prikkels moeten passeren om de ritmestoornis in stand te houden. Op sommige plekken in het hart is het maken van deze littekens wat pijnlijker, extra pijnstilling gegeven tijdens de behandeling is afdoende. Er zijn vele soorten ritmestoornissen. Voor sommige ritmestoornissen is het geven van 1 of enkele ablatie-punten afdoende voor genezing, voor andere ritmestoornissen zijn meerdere ablatie-punten nodig. De kans op succes varieert per ritmestoornis tussen de 70 en 95%. Atriumfibrilleren (boezemfibrilleren, boezemfladderen, AF) Deze meest voorkomende ritmestoornis verdient aparte aandacht. Deze ritmestoornis wordt gekenmerkt door een onregelmatige hartslag voortkomend uit de linker boezem. Soms is vanwege de kans op stolselvorming behandeling met antistolling nodig. De behandeling ter voorkoming van deze ritmestoornis begint meestal met medicijnen. In toenemende mate komen patiënten (relatief jongere patiënten met aanvalsgewijs atriumfibrilleren) in aanmerking voor ablatie behandeling. Uw cardioloog kan u hierover inlichten. Deze behandeling richt zich op de longaderen (longvenen of pulmonaalvenen). De gebieden waar de longvenen in de linker boezem uitmonden zijn de gebieden waar abnormale prikkelvorming aanvallen van atriumfibrilleren kunnen veroorzaken. Tijdens de ablatie zullen deze gebieden elektrisch geïsoleerd worden van de linker boezem. Deze behandeling kan enkele uren in beslag nemen en is niet pijnloos, vandaar dat ze in het MST onder algehele narcose worden uitgevoerd. De cardiologen van het MST kunnen patiënten ook naar de hartchirurgen |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||