![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||
|
|
Het onderzoek
U krijgt een bloeddrukmeterband om zoals u die kent van uw normale bloeddrukmetingen.
Overdag meet een apparaatje ter grootte van een walkman elke twintig minuten uw bloeddruk, ’s nachts gebeurt dat om het uur.
Vijf seconden voor elke meting hoort u twee piepjes. Dat geeft u de tijd om rustig te gaan zitten. Na elke meting piept het apparaat een keer. Als de meting niet goed gelukt is, probeert het apparaat het zelfstandig nog een keer. De manchet op uw bovenarm pompt zich vrij stevig op, het is dus niet vreemd als u tintelingen in uw vingers voelt. Als de meting verricht is, neemt de druk weer af.
Eeeh… even om het middel
Sommige mensen slapen er geen minuut minder om, anderen kunnen van het oppompen van de band geen oog dicht doen. Als de klittenbandstrip rond uw bovenarm los gaat zitten, kunt u hem zelf verstellen. Tijdens het onderzoek mag u niet douchen.
Tijdens de 24-uurs opname van uw bloeddruk moet een geel dagboekje bijhouden. Daarin dient u globaal op te schrijven wat u zoal doet. U dient uw klachten te noteren (pijn op de borst, duizeligheid, hartkloppingen of gevoelens van onbehagen). Ook inspanningen die u energie kosten en als u ’s avonds naar bed gaat of uw middagslaapje doet moet u noteren.
De uitslag krijgt u niet meteen. De uitslag wordt door uw eigen cardioloog gegeven. De ochtend na de test kunt u het apparaat voor 10.00 uur weer inleveren op de polikliniek hartfunctie, polinummer 18. |
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||