Twee buren voor kniedistractie geloot in dezelfde studie: “Je gaat toch een beetje vergelijken”
Medisch Spectrum Twente (MST) doet mee aan een landelijk onderzoek naar de effectiviteit van kniedistractie in vergelijking met een knieprothese: de zogeheten GODIVA-studie. Patiënten die deelnemen maken via loting 50% kans op de ingreep. Op die manier kan wetenschappelijk en objectief worden onderzocht welke behandeling voor welke patiënt het beste werkt.
5 februari 2026
Kor de Haan en Erwin Nusse werden allebei ingeloot. Dat is op zich niet zo bijzonder, want iedereen heeft evenveel kans. Wat wél bijzonder is: ze wonen tegenover elkaar in Klazienaveen. Erwin: “Ja, dat verwacht je natuurlijk niet.”
Kniedistractie is een innovatieve methode die in Nederland is ontwikkeld. Hierbij wordt tijdelijk (zes weken) een extern frame op het boven- en onderbeen geplaatst, waardoor de knie een paar millimeter uit elkaar wordt getrokken. Dit verlaagt de druk op het beschadigde kraakbeen en stimuleert het lichaam om zelf nieuw kraakbeen aan te maken. Dit werd voor lange tijd onmogelijk gehouden. Uit eerdere studies blijkt dat patiënten daarna vaak jarenlang minder pijn ervaren en ook minder pijnmedicatie nodig hebben. De GODIVA-studie richt zich specifiek op patiënten met ernstige knieartrose onder de 65 jaar. Bij deze groep “slijt” een knieprothese sneller door een actiever leven, wat de kans op een belastende revisieoperatie vergroot.
Zoeken naar mogelijkheden
Kor kampt al sinds 2019 met knieklachten. “Ik dacht zelf dat het mijn meniscus was en dat ik het er wel uit kon sporten. Helaas bleek het toch artrose te zijn in beide knieën.” Toen hij op televisie iets zag over kniedistractie, was zijn interesse direct gewekt. Na een lange zoektocht, verschillende doorverwijzingen en wat geduld kwam hij uiteindelijk bij MST terecht.
Erwin wist al ruim twintig jaar dat hij ooit een andere knie nodig zou hebben.
“Maar ik was steeds te jong én je kunt maar twee keer een nieuwe knie krijgen. Dan ga je toch kijken: wat is er nog meer mogelijk? Ik had geen pijn aan mijn knie, maar het is natuurlijk wachten tot het een keer misgaat. Het is gewoon bot op bot.”
Iedereen herstelt anders
Omdat het om een studie gaat, werd door loting bepaald wie welke behandeling kreeg. “Dat was best spannend”, vertelt Erwin. “Maar gelukkig kwam ik in aanmerking.” Kor lacht: “Ik zei nog tegen de arts: ‘je gaat me niet maken dat hij wel mag en ik niet.’ Ik was al van plan om zelf te gaan klussen in de schuur. Maar toen hij de knop indrukte, had ik ook geluk.” Erwin: “Dat vond ik wel heel bijzonder, dat we allebei werden ingeloot. Dat zeiden ze in MST ook nog.”
Op 3 februari 2025 werden ze samen met twee andere patiënten geopereerd: de eerste vier in MST. “We waren letterlijk proefkonijnen”, zegt Kor met een glimlach. “Maar wel proefkonijnen met een goed gevoel. We wilden allebei zo lang mogelijk met onze eigen knie blijven lopen, en met deze methode kan dat.” Erwin vult aan: “Het schept ook wel een band, dat je samen ‘de eerste’ bent. Je maakt allemaal hetzelfde mee, dus je weet ook wat de ander doormaakt. Dit is uitgegroeid tot een appgroep die we ‘Lotgenoten’ hebben genoemd. Daarin delen we af en toe hoe het met ons gaat.”
Hoewel Kor en Erwin hetzelfde traject volgden, verliep hun herstel verschillend. Erwin: “Je vergelijkt jezelf toch met elkaar. Soms zag ik Kor staand afwassen, dan dacht ik: ‘hoe dan’. Ik kon echt nog niet lang staan. Maar goed, ik kon weer eerder een blokje om. Dat lukte hem weer niet.” Kor vult aan: “Dat was soms lastig, maar ook leerzaam. Je ziet dat herstel voor iedereen anders gaat. Ik kon bijvoorbeeld mijn knie vrij snel weer buigen, waardoor ook fietsen al heel snel weer kon.”
Herstellen met thuismonitoring
Na de operatie werden Kor en Erwin begeleid met thuismonitoring. Via digitale vragenlijsten gaven ze regelmatig aan hoe het met hen ging. “Je vult vragen in over pijn, bewegen en dagelijkse activiteiten”, legt Kor uit.
“Soms waren die vragen wel wat lastig te interpreteren of er werd gevraagd naar een situatie van een paar weken geleden. Dat wist ik dan niet meer zo goed. Maar als er echt iets was, kon je altijd bellen of via de chat contact opnemen. Dat heb ik ook gebruikt, want ik had een moment waarop ik ineens veel pijn kreeg. Ik dacht: ‘gaat dit wel goed?’ Toen vond ik het heel fijn dat ik snel iemand kon bereiken die me verder hielp”.
Ook foto’s konden ze makkelijk delen met het team van MST. Erwin: “Als iets er niet goed uitzag, kregen we meteen advies of konden we langskomen.”
Geduld is een schone zaak
Kor en Erwin benadrukken dat geduld essentieel is. “Je moet accepteren dat revalidatie tijd kost”, zegt Erwin. “Zeker als je fysiek werk doet. Ik rijd op een heftruck, waarbij ik steeds een klein trapje op moet om erin te komen. Dat doet af en toe nog wel pijn, dan ga je toch twijfelen of het wel werkt. Maar goed… officieel duurt de revalidatie ook een jaar, dus waarschijnlijk wil ik gewoon te snel.”
Kor: “Soms denk je: ‘gaat het nu echt beter, of zit het tussen mijn oren?’ Maar ik heb nog steeds hoop dat het heeft gewerkt.” In februari 2026 volgt een controle om te bekijken of er daadwerkelijk nieuw kraakbeen is aangemaakt. “Als dat niet zo is, dan ga ik alsnog voor een halve of hele knieprothese”, zegt Kor. “Maar als het wél zo is, dan is dit echt een prachtige optie. Vooral voor jongere mensen.”
Beide mannen zijn duidelijk: een knieprothese is niet iets om lichtvaardig voor te kiezen. “Het zijn zware, complexe operaties”, zegt Kor. “En het gaat ook wel eens mis. Daarom vind ik het belangrijk dat je eerst kijkt naar andere opties.” Erwin knikt:
“Een nieuwe knie is geen garantie op succes. Dat er nu een behandeling is die je lichaam zelf helpt herstellen, vind ik heel bijzonder.”