Hypochondrie

Hypochondrie is een psychische aandoening die ook wel ‘ziektevrees’ wordt genoemd. Wie lijdt aan hypochondrie heeft een overmatige angst om een ernstige lichamelijke ziekte te hebben, terwijl hiervan uit onderzoek niets blijkt. De persoon kan vaak de locatie, ernst en duur van de symptomen gedetailleerd aangeven, maar deze zijn door een arts niet als een duidelijk lichamelijk ziektebeeld te herkennen. Wanneer de patiënt daadwerkelijk een (lichte) aandoening heeft, interpreteert hij of zij het ziektebeeld als veel ernstiger dan het in werkelijkheid is. Mensen die lijden aan hypochondrie zijn ook niet gerust te stellen door een arts. De persoon zelf is er sterk van overtuigd dat er iets mis is, waardoor behandeling en herstel vaak gecompliceerd verlopen. Een veelvoorkomend kenmerk bij hypochondrie is het somatiseren: het lichamelijk uiten van emotionele klachten.

Symptomen hypochondrie

De volgende symptomen komen voor bij hypochondrie:
  • Overmatige bezorgheid over het hebben van een ernstige ziekte op basis van lichamelijke symptomen die verkeerd geïnterpreteerd worden;
  • Deze bezorgdheid blijft bestaan, ondanks het feit dat er medisch niets gevonden wordt;
  • Geruststelling helpt niet;
  • De bezorgdheid veroorzaakt lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren
Mensen met hypochondrie zijn zich er weinig van bewust dat iedereen lichamelijke gewaarwordingen heeft. Dit maakt hypochondrie tot een denkstoornis. Wanneer bloeduitslagen bijvoorbeeld goed zijn, dan wijt men het aan de arts die waarschijnlijk wel iets vergeten zal hebben, of het onderzoek zelf is niet goed uitgevoerd, enz. De hypochonder is zich bewust van elk symptoom in zijn lichaam. Elk bultje, vlekje, pijntje, kriebel, kramp, steek, tinteling, trilling of gewichtsschommeling wordt gecontroleerd en gevolgd, in de grote zoektocht naar bewijzen van een ernstige ziekte. De ziekten waar de meeste angst voor is, zijn kanker, hartziekten, langdurige chronische ziekten of aids.

Verschillende gedachten spelen een rol

Bij hypochondrie zijn er verschillende gedachten die een rol spelen:
  • Tunnelvisie: sterke focus op het eigen lichaam en zijn functies. Elke sensatie wordt opgemerkt waar vervolgens diep over wordt nagedacht.
  • Snel conclusies trekken: er is een bepaald symptoom waarvan direct wordt gedacht dat dit een uiting is van een bepaalde ziekte.
  • Rampgedachten: er is een bepaald symptoom waarbij direct een afschuwelijke oorzaak bij hoort.
  • Zoeken: elke medische encyclopedie wordt uigespit, elke internetpagina nagelezen. Er wordt constant gezocht naar een verklaring.
  • Onrealistisch denken: men denkt dat iemand nooit symptomen mag hebben.
  • Overschatten: als er sprake is van een ziekte, dan wordt deze als veel ernstiger gezien dan het daadwerkelijk is.

Behandeling

Hypochondrie wordt veelal behandeld door een combinatie van cognitieve gedragstherapie en medicatie. Bij hypochondrie gaat het voornamelijk om denkfouten welke moeten worden vervangen door meer realistische gedachten. Bij elke pijn of sensatie moet meer realistisch worden gedacht. Heeft iemand bijvoorbeeld hoofdpijn, dan moet de gedachte aan een hersentumor worden gewijzigd in een meer aannemelijke verklaring, bijvoorbeeld een drukke week of slaaptekort.
Naast de cognitieve gedragstherapie kan er medicatie worden gegeven ter ondersteuning. Deze medicatie kunnen verschillende verminderen zoals bij pijnklachten (pijnmedicatie), spanningsklachten (rustgevende medicatie), angstklachten (angstreducerende medicatie) of bij stemmingsklachten (antidepressiva).
Marieke van Dam is een 23-jarige vrouw, die al sinds haar 16e jaar bang is dat zij een ernstige lichamelijke ziekte heeft. Nadat een vriendin twee jaar geleden is overleden aan een hersentumor is deze angst sterk toegenomen. Zij is vooral bang dat zij darmkanker heeft. Dit is begonnen nadat zij een periode last had van buikpijn. Vanwege deze angst controleert zij dagelijks haar ontlasting op bloed en vermijdt zij het eten van bepaalde voedingsstoffen. Marieke zoekt veel informatie over darmkanker op het internet omdat zij hoopt daarmee de symptomen snel te herkennen. Zij bezoekt twee keer per maand haar huisarts en vraagt hem regelmatig om een verwijzing naar de specialist, waar ze inmiddels ook al een aantal consulten achter de rug heeft. Hoewel de controle van haar ontlasting en de uitslagen van onderzoeken niet wijzen op darmkanker, stelt dit Marieke niet gerust. Het lukt haar niet de gedachten over darmkanker van zich af te zetten. Wanneer ze zich weer eens meldt bij haar huisarts met de vrees darmkanker te hebben en opnieuw om een verwijzing naar de specialist vraagt, bespreekt deze de diagnose hypochondrie met haar.

Waar bent u naar op zoek?