Strekpeesletsel zone 5 t/m 7

Tijdens de operatie wordt de strekpees door de plastisch chirurg gehecht. De pees is dan ook nog erg zwak en kan nog niet als voorheen belast worden. De eerste 12 weken bestaat er nog de kans dat de pees opnieuw gaat scheuren. Dit vindt plaats bij onverwachte of verkeerde bewegingen.

Bij het herstel van de pees ontstaat er altijd (in meerdere of mindere mate) littekenweefsel. Juist dit littekenweefsel kan problemen veroorzaken, zoals verklevingen. Als er teveel littekenweefsel ontstaat, kan de pees onvoldoende glijden. Een goede nabehandeling zorgt ervoor dat de pees voldoende rust krijgt om te genezen, maar ook voldoende beweging krijgt om soepel te blijven glijden, zodat er geen bewegingsbeperkingen ontstaan.

De behandeling
Afhankelijk van het niveau van het strekpeesletsel (onderarm, pols, hand of vinger) en afhankelijk van de persoonlijke belastbaarheid van de patiënt wordt er gekozen voor een statische nabehandeling (gips immobilisatie gedurende zes weken) of een dynamische nabehandeling (actief buigen en passief strekken door middel van een dynamische spalk).

Dynamische nabehandeling
Nadat de pees operatief is hersteld komt u bij de handtherapeut. Hier wordt een zogenoemde dynamische spalk aangelegd. Dit is een spalk die u de komende 6 weken overdag moet dragen. Voor de nacht wordt een statische spalk vervaardigd.

In de dynamische spalk wordt uw vinger in strekking gehouden door een leertje die om uw vinger zit, met daaraan een draadje en veertje. Dit is nodig omdat u geen kracht mag zetten op de gehechte strekpees. Het veertje neemt tijdelijk de functie van de strekpees over. U mag wel buigen in de spalk (de oefeningen die de therapeut u geeft) de buigpees is namelijk niet kapot.

Begin met typen om te zoeken..

Zoeken
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt
Filter by Custom Post Type
Pagina