Corona en nierpatiënt: “Ik ben zo bang geweest dat het mis zou gaan”

“Op 10 november belandde ik in MST. Vandaag ben ik exact 3 weken weer thuis.” Berry raakte besmet met corona en moest met ernstige klachten opgenomen worden in het ziekenhuis: “Ik wist niet of ik nog thuis zou komen.” Het gaat nu naar omstandigheden goed met Berry. Hij is steeds minder benauwd en de donornier die hij vorig jaar van zus Riet kreeg, heeft het virus ook doorstaan! We interviewden Berry & Riet over deze periode.

Alarmbellen rinkelen
Berry past vanwege zijn donornier en daardoor verminderde weerstand goed op zichzelf. Door louter pech, raakt hij alsnog ziek: “Ik ben heel voorzichtig en houd afstand. Woensdag heb ik buiten gevist. Ik voelde me niet fit, maar dacht een gewone verkoudheid te hebben opgelopen.”

Die verkoudheid bleek een stuk hardnekkiger “Ik voelde me steeds minder goed. Het biljarten met mijn kameraden heb ik afgezegd. Mijn benauwdheid nam toe.” Berry belde meerdere keren met de huisarts-assistent. Als zijn huisarts hoort van zijn situatie, gaan de alarmbellen meteen rinkelen: “Mijn huisarts heeft direct actie ondernomen en kwam meteen in volledig pak langs om me te onderzoeken. Toen bleek dat ik corona had, heeft ze direct een ambulance laten komen.”

Directe verbinding
In het ziekenhuis overheerst een angstgevoel: “als het met de nier maar goed gaat. Als de nier wordt afgestoten, kom ik weer aan de nierdialyse.” Gelukkig is de arts die hem behandelt op de corona-afdeling zijn vaste nefroloog (nierarts). Een vertrouwd gezicht, dat is geruststellend!

Zus Riet wacht thuis in spanning af, maar kan gelukkig nauw contact houden met de corona-afdeling: “Iedere dag werd ik ’s ochtends gebeld. Ik kon appen met mijn broer en vragen stellen aan de verpleegkundigen. Zo bleef ik helemaal op de hoogte. Het was lang spannend: drie keer is een poging gedaan zuurstof af te bouwen, maar steeds werd corona heftiger.”

Met een kameraad op de corona-afdeling
Berry ziet in het ziekenhuis niet alleen verpleegkundigen en zijn zus tijdens het bezoekuur: “Ik lag de eerste dagen op de kamer bij een kennis die ik kende vanuit het biljarten.”

Na een paar dagen zijn zowel Berry als zijn kennis overgeplaatst naar een andere corona-afdeling. Ze lagen niet meer op dezelfde kamer, maar wel schuin tegenover elkaar. ”Ik vroeg de verpleegkundigen hem de groeten te doen. Dat wilden ze. Een paar dagen later vroeg ik hoe het met hem ging, waarop de verpleegkundige antwoordde: “Wij mogen daar geen uitspraak over doen.” Dat vond ik apart.”

“Vanuit mijn bed zag ik dat in zijn kamer een zuurstoffles scheef op het bed lag. Was mijn kennis verhuisd of weg?” Berry valt even stil en slikt voor hij verder vertelt: “Toen ik thuis was, zag ik zijn naam in het overlijdenskatern in de krant. Ik was er kapot van.”

Herstellen
Hoewel het verlies van zijn kameraad pijnlijk is, doet het Berry beseffen dat corona voor hem ook anders af had kunnen lopen: “Ik was heel bang voor corona. Mijn arts is een topkerel die me ook nu geweldig heeft behandeld en me weer vertrouwen gaf. Ik ben nog steeds aan het aansterken. Sinds deze week kook ik weer voor mezelf. De afgelopen tijd deed een vriend dat.” Zus Riet staat hem daarnaast bij waar ze kan, zoals ook nu: “Ik ga met hem mee naar het ziekenhuis, omdat zelf rijden nu niet kan.” Het herstel is vereist geduld, meer nog vanwege zijn donornier. Hij gaat vooruit, al is dat in kleine stapjes.

Berry voegt toe: “Ik ben er gelukkig nog.”
Riet knikt: “Zo is het maar net.”

Waar bent u naar op zoek?