In ons ziekenhuis slapen elke dag honderden zieke mensen. Vaak plotseling uit hun dagelijks leven geplukt, liggen ze ineens in een bed in MST. Hun verhalen verdienen het om verteld te worden.

Wij zijn op zoek naar het verhaal achter de patiënt. Wie bent u? Waarom bent u hier? Wat gaat er allemaal door u heen nu u ziek bent geworden? En waar maakt u zich zorgen over? We knoopten een gesprek aan met een meneer die op de verpleegunit van het Neurocentrum ligt. Hij weet sinds een jaar dat hij longkanker heeft en 3 weken geleden is er een hersentumor ontdekt, die eerst bestraald moet worden voordat de behandeling voor longkanker kan beginnen.

“Sinds kort lig ik hier in het ziekenhuis. De laatste dagen heb ik veel last van insulten. Tijdens zo’n soort epileptische aanval beweegt mijn lichaam ongecontroleerd. Ik kan er niets aan doen, terwijl ik er met mijn hoofd gewoon helemaal bij ben. Dan voel ik me zo machteloos.

Natuurlijk ben ik veel liever thuis, maar aan de andere kant ben ik dolgelukkig dat ik in mijn situatie hier ben. Het eten is goed, de verzorging is goed, ik word tot in de puntjes verzorgd. Iedereen is druk bezig met mij beter te maken. De artsen komen elke dag langs, praten intensief met mij en vertellen eerlijk wat wel en wat niet mogelijk is. Dat zij en de verpleegkundigen telkens echt de tijd voor me nemen, vind ik erg prettig. Ik wil zelf kunnen meepraten en meebeslissen. Zo houd ik toch nog de regie.”

“De pragmatische ik weet exact wat ik wil, maar mijn lijf werkt gewoon niet mee”

“Het is aan alle kanten spannend voor me. Stoppen de insulten? Kan ik wel bestraald worden? Gaat die stomme hersentumor weg? Ik wil dat ze alle tumoren eruit knallen. Alle mogelijke behandelingen wil ik proberen, want ik wil van de rotzooi af. Dit neemt iets weg wat van mij is. De tumoren moeten daar vanaf blijven!

Er zit zoveel boosheid in me, ik ben gefrustreerd, en dat ken ik helemaal niet van mezelf. Het is zo’n vreemde gewaarwording om niet baas te zijn over je eigen lichaam. De pragmatische ik weet exact wat ik wil, maar mijn lijf werkt gewoon niet mee.

Het voelt voor mij alsof ik de grens heb bereikt. Daarom zoek ik iemand om goed mee te praten; zo’n persoon mis ik nu ontzettend. Met mijn zus, zwager en 3 neefjes heb ik goed contact, maar toch doe ik veel ‘in m’n uppie’. En dat werkt nu even niet, want alles is zo hard aangekomen. Daarom heb ik om hulp gevraagd van medisch maatschappelijk werk.

Mijn familie is mijn alles. Een paar jaar geleden is mijn moeder overleden, die ik 10 jaar thuis heb verzorgd. Alles zodat ze maar niet naar het bejaardentehuis hoefde. Het waren de heftigste, maar ook de prachtigste jaren uit mijn leven. Tot haar laatste adem was ik bij haar. En ondanks dat ik haar vreselijk mis, is het leven veel te mooi om niet te leven. Dat zit in de kleinste dingen; een goed computerspel, een mooi tv-programma of gesprekken met een goede vriend.

Mijn enige optie is om er positief in te blijven staan. Negatieve woorden wil ik niet horen, ze leveren niets op. Samen met de artsen en verpleegkundigen kan ik verder komen, dus daar zet ik me vol voor in. Wel is rustig blijven soms lastig. Ik voel onrust in mijn hoofd en het lukt me niet mijn hoofd stil te krijgen. Daarom ben ik blij met mijn medicatie. Het maakt me wat suf en ook wat rustiger. Mijn gevoel zegt dat de onrust tot de insulten leidt. En die onrust moet stoppen.”

Begin met typen om te zoeken..

Zoeken
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt
Filter by Custom Post Type
Pagina