“Ik werd wakker in een ziekenhuis in Enschede, maar ik kon niet vragen waarom”

Peter met zijn jongste zoon op de verpleegafdeling van MST na de IC

Peter de Kruif (64) woont in Brabant en wordt op een gegeven moment verkouden. Hij moet hoesten, heeft een lichte verhoging en gaat daarom naar het corona spreekuur van de huisarts. Hij krijgt een kuurtje en een puffer mee en mag weer naar huis. Een paar dagen later gaat het echt niet meer. Hij gaat naar de eerste hulp van het Jeroen Bosch ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch. Alles wat daarna volgt is blanco. Peter heeft geen idee dat hij is overgebracht naar MST in Enschede.

“Dat is heel vreemd. Ik werd zo nu en dan wakker op de IC en er werd me verteld waar ik was. Dan werd er Enschede gezegd, maar dat kon ik niet plaatsen. Ik had ontzettend veel vragen, maar kon ze niet stellen omdat ik aan de beademing lag. Het was een rottijd. Je familie is niet bij je, je ziet alleen maar mensen in rare pakken, je weet niet waarom je in Enschede ligt en waarom je een buis in je keel hebt, daar werd ik enorm onrustig en kwaad van.” Uiteindelijk worden de periodes dat Peter wakker was steeds iets langer en valt er steeds iets meer op zijn plek. “Na 12 dagen op de IC mocht de beademing er eindelijk uit en kon ik al mijn vragen stellen.” Hij hoort dat het in Brabant zo druk is, dat patiënten door een landelijk coördinatiecentrum worden verdeeld door heel het land. “Dan hoor je ook dat ze het wel hebben uitgelegd, maar dat ik dat gewoon niet meer wist. Waarschijnlijk komt dat door het slaapmiddel dat ik kreeg.”

“Achteraf hoor je dat je misschien niet meer thuis was gekomen”

“Nadat de beademing eruit was mocht ik ook vrij snel videobellen met mijn familie. Dat was enorm confronterend. Het is een heel raar gevoel om achteraf alle verhalen te horen. Mijn familie vertelde me dat ik een dag kritiek in het ziekenhuis heb gelegen en dat ze moesten wachten op een antwoord. Daar zat ik enorm mee. Ik vond het erger voor hen dan voor mezelf, omdat ik het zelf niet bewust heb meegemaakt. Achteraf denk je pas dat je misschien niet meer was thuis gekomen, en dat je wellicht alleen in Enschede was doodgegaan en je familie alleen had achtergelaten. Ik ging nadenken waarom anderen wel zijn gestorven en ik niet. Tijdens het videobellen ging ik dat steeds meer accepteren. Ik mag van geluk spreken dat ik er nog ben.”

Bang voor de momenten dat hij wakker wordt

Toch heeft hij er wel last van gekregen. “Momenteel ben ik bang voor het moment dat ik wakker word. Elke keer vraag ik me af waar ik ben. Ik heb ook verhalen gehoord van mensen die zijn ingeslapen, terwijl ze in kritieke toestand in het ziekenhuis lagen. Ook al heb ik zelf niet gemerkt dat ik kritiek lag, ben je toch bang dat het een keer echt gaat gebeuren.” Gelukkig gaat het steeds beter en mag Peter naar de verpleegafdeling. Hij denkt dan dat alles voorbij is en ziet een rollator staan. “Ik dacht dat doe ik wel even, maar ik lag direct met mijn gezicht plat op de grond. Ik heb acht kilo verloren en behoorlijk veel spiermassa ingeleverd, ik stond niet meer stevig op mijn benen.” Stukje bij beetje sterkt Peter aan en kan hij steeds een stapje verder lopen. Meteen naar huis mag hij niet, eerst volgt een zorghotel. Daar ziet Peter voor het eerst zijn familie weer. “Dat was heel indrukwekkend en heel erg leuk.”

Bergopwaarts

Op een gegeven moment mag Peter toch naar huis. De vertrouwde omgeving doet hem goed. “De fysiotherapeut komt eens per week en ik doe oefeningen om mijn spiermassa op te bouwen. In de eerste week kon ik maar drie traptreden oplopen, vandaag kwam ik al helemaal bovenaan de trap. Het vraagt veel energie, maar het gaat snel bergopwaarts. Die acht kilo die ik verloren heb zat voornamelijk op mijn buik, die hoef ik niet meer terug. Ik ben blij dat ik weer aan het opbouwen ben en dat alles goed is gegaan. Ik vind het fijn dat ik het nog kan navertellen.”

Waar bent u naar op zoek?