Patiënt aan het woord  – “Ze zeiden: tel maar af, ga maar slapen”

Op donderdag 19 maart werd Bas (43) door zijn vrouw bij het ziekenhuis in Eindhoven afgezet. Hij was ontzettend benauwd en kreeg antibiotica, maar dat hielp niet. Hij werd direct op de coronaafdeling geplaatst. “Op zaterdagmiddag kreeg ik ineens te horen dat ze me gingen verhuizen. Er kwamen te veel mensen met corona binnen en ze hadden geen ruimte meer. Naar een ander ziekenhuis gaan was mijn beste kans om te overleven”, vertelt Bas.

Knoop doorhakken

“Het zou Groningen of Enschede worden. Ik schrok, want ik wilde dicht bij mijn familie blijven. Dezelfde avond lag ik al in de ambulance, richting Twente. Ze vertelden me op maandag dat ik naar de Intensive Care zou moeten, als ik 15 liter zuurstof zou krijgen. De dag erna zat ik al aan die 15 liter. Het voelde alsof mijn longen in brand stonden en er tegelijkertijd een olifant op zat. Het was alsof je hard aan het rennen bent, terwijl er een wasknijper op je neus zit en je door een rietje ademt. De pijn was zo groot, maar het was lastig om de knoop door te hakken om naar de Intensive Care te gaan.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Gewacht op contact

“Ik heb gewacht tot ik mijn vrouw kon zien en mijn ouders terug waren van vakantie. Ik belde mijn moeder dat ik naar de Intensive Care zou gaan op het moment dat ze bij de bagageband van Schiphol stond. De volgende ochtend brachten de artsen me naar de Intensive Care.” Daar hebben de artsen Bas alles uitgelegd, dat weet hij nog goed. “Ze zeiden: tel maar af, ga maar slapen.” In totaal heeft hij drie weken op de Intensive Care gelegen, waarvan achttien dagen in coma. “De dagen dat ik wakker op de Intensive Care lag, waren niet fijn. Ik kreeg wel dingen mee, maar ik begreep er niets van. Daar heb ik wel een paar dagen last van gehad. Eenmaal terug op de verpleegafdeling werd ik weer helder.”

“ Ik probeerde te staan, maar viel direct op de grond en moest overgeven.”

Bas – Patiënt uit Eindhoven

Afgetakeld

“Daar vroegen ze: ‘probeer maar eens te zitten en te staan, denk je dat je dat kunt?’ Dat vond ik een rare vraag, dat kan ik toch al 43 jaar? Ik probeerde te staan, maar viel direct op de grond en moest overgeven. Ik vond het bizar dat ik dat niet meer kon. Ik kon eindelijk bellen, maar kreeg mijn arm niet omhoog; dan merk je pas hoe afgetakeld je bent. Op een gegeven moment kreeg ik te horen dat ik naar huis zou mogen, maar ineens kreeg ik weer koorts en moest ik hoesten. Corona was net voorbij, maar nu had ik longontsteking gekregen. Ik kreeg drie keer per dag hele grote spuiten met antibiotica via een infuus. Uiteindelijk had ik de laatste kuur. Mijn vrouw en zoontje kwamen me een halfuur later ophalen. Het was heel fijn om weer naar huis te mogen.”

Niet beter kunnen wensen

“De medewerkers waren heel lief en alles ging super goed. Iedereen was top, dat heeft heel veel gedaan voor mijn herstel. Dat verdient een grote pluim. Ik vond het ook mooi om te zien dat iedereen bijsprong. In de nachtdienst heb ik twee keer een verpleegkundige gehad die, zoals hij het zei, van zee was geplukt. Hij was normaal marinier. En ik heb een verpleegkundige ontmoet die eigenlijk bij de Landmacht werkt. Ik hoop dat ik nooit meer naar een ziekenhuis hoef, maar als het moet dan zou ik toch weer naar MST willen. Ik had het me niet beter kunnen wensen.”

Onrustig overdag, ‘s nachts krijsend wakker worden, een opgezette buik en spugen. Bowie (0), de dochter van Fedor en Laura, kon zelfs niet op haar rug liggen. Het gezin kwam terecht in Medisch Spectrum Twente (MST) waar uiteindelijk tot een week observatie besloten werd. “Dat wij hier samen met zus Philou in de Ronald McDonald Huiskamer terecht konden, was echt een verademing.”
Waar bent u naar op zoek?